declameren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of declameren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: declameren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: declamerend
Past participle - Verleden deelwoord: gedeclameerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdeclameer
jijdeclameert
hijdeclameert
wijdeclameren
julliedeclameren
zijdeclameren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedeclameerd
jijhebt gedeclameerd
hijheeft gedeclameerd
wijhebben gedeclameerd
julliehebben gedeclameerd
zijhebben gedeclameerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdeclameerde
jijdeclameerde
hijdeclameerde
wijdeclameerden
julliedeclameerden
zijdeclameerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedeclameerd
jijhad gedeclameerd
hijhad gedeclameerd
wijhadden gedeclameerd
julliehadden gedeclameerd
zijhadden gedeclameerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal declameren
jijzult declameren
hijzal declameren
wijzullen declameren
julliezullen declameren
zijzullen declameren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedeclameerd hebben
jijzult gedeclameerd hebben
hijzal gedeclameerd hebben
wijzullen gedeclameerd hebben
julliezullen gedeclameerd hebben
zijzullen gedeclameerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou declameren
jijzou declameren
hijzou declameren
wijzouden declameren
julliezouden declameren
zijzouden declameren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedeclameerd hebben
jijzou gedeclameerd hebben
hijzou gedeclameerd hebben
wijzouden gedeclameerd hebben
julliezouden gedeclameerd hebben
zijzouden gedeclameerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdeclameer

Translations

  • declaim, to recite in theatrical way
  • rant, to speak or shout at length in uncontrollable anger
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    opzeggen
    reciteren, voordragen

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French déclamer, from Latin dēclāmāre. See: French 'déclamer', Latin 'declamo'.

    Additional Information