Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: bewerken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bewerkend
Past participle - Verleden deelwoord: bewerkt
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | bewerk |
| jij | bewerkt |
| hij | bewerkt |
| wij | bewerken |
| jullie | bewerken |
| zij | bewerken |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb bewerkt |
| jij | hebt bewerkt |
| hij | heeft bewerkt |
| wij | hebben bewerkt |
| jullie | hebben bewerkt |
| zij | hebben bewerkt |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | bewerkte |
| jij | bewerkte |
| hij | bewerkte |
| wij | bewerkten |
| jullie | bewerkten |
| zij | bewerkten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had bewerkt |
| jij | had bewerkt |
| hij | had bewerkt |
| wij | hadden bewerkt |
| jullie | hadden bewerkt |
| zij | hadden bewerkt |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal bewerken |
| jij | zult bewerken |
| hij | zal bewerken |
| wij | zullen bewerken |
| jullie | zullen bewerken |
| zij | zullen bewerken |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal bewerkt hebben |
| jij | zult bewerkt hebben |
| hij | zal bewerkt hebben |
| wij | zullen bewerkt hebben |
| jullie | zullen bewerkt hebben |
| zij | zullen bewerkt hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou bewerken |
| jij | zou bewerken |
| hij | zou bewerken |
| wij | zouden bewerken |
| jullie | zouden bewerken |
| zij | zouden bewerken |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou bewerkt hebben |
| jij | zou bewerkt hebben |
| hij | zou bewerkt hebben |
| wij | zouden bewerkt hebben |
| jullie | zouden bewerkt hebben |
| zij | zouden bewerkt hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'bewerken'
aanboeken,
aaneenkoeken,
aangrinniken,
aanharken,
aanjanken,
aanjuichen,
aankalken,
aanlijken,
aanlonken,
aanmerken,
aanreiken,
aanstuiken,
aanvonken,
aanwenken,
aanwerken,
afchecken,
afdanken,
afharken,
afkalken,
afkicken, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'bewerken'
bemerken,
beperken,
beweren,
bedekken,
bedenken,
bederven,
begeren,
beheren,
beieren,
bekeren,
Translations
adapt, to fit by alteration
adapt, to make by altering
cultivate, turn or stir soil in preparation for planting
edit, to change a text, or a document
fret, to cut through with a fretsaw
till, to work or cultivate
tool, to work on or shape with tools
Sample Sentences
-
[...] wat ik ook verzon. Dit herinnert mij, dat mij nog vele dingen ontbraken, niettegenstaande al wat ik bijeengeraapt had; hieronder behoorde de inkt, eene spade, houweel en schop, om den grond te bewerken; naalden, spelden en garen. Wat linnen betrof, dit leerde ik spoedig zonder moeite ontberen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] ik mijne kleine schans, of met palissaden bezette woning, voltooid had; het kappen der palen en staken, die zoo zwaar waren als ik ze slechts vervoeren kon, vereischte veel tijd, en nog meer het bewerken en naar huis slepen. Ik bragt somtijds twee dagen door met een dezer palen te kappen en naar huis te brengen, en een derden met dien in den grond te slaan, waartoe ik eerst een zwaar stuk hout [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] de geheele plaats vulden. Ik kon mij keeren noch wenden, dus begon ik mijn kelder te vergrooten, en dieper in den grond te werken, want de rots bestond uit lossen zandsteen, die gemakkelijk te bewerken was; en toen ik vond, dat ik voor verscheurende dieren veilig was, werkte ik zijwaarts in de rots, en toen weder regtsaf werkende, groef ik tot naar buiten, en maakte eene deur, waardoor ik buiten [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] moeite zoo veel van den stam af tot hij bewogen kon worden; toen keerde ik hem op zijde, en maakte een kant, van het begin tot het einde, zoo vlak en effen als eene plank, en keerde toen hem om, en bewerkte de andere zijde even zoo, tot ik een plank van drie duim dik had, die aan beide zijden vlak was. Men oordeele welk een arbeid dit was; maar geduld en vlijt hielpen mij dit en vele andere dingen [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] stukken vielen, als ik ze wilde optillen, zoo wel voor als nadat zij gedroogd waren; en om kort te gaan, hoe, nadat ik met veel moeite klei gevonden, uitgedolven, naar huis gebragt, aangemengd en bewerkt had, ik slechts twee groote leelijke aarden dingen, die men geen potten noemen mogt, na een arbeid van twee maanden, tot stand had gebragt.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch bewerken, from Old Dutch bewirken. Equivalent to be- + werken.
Verbs referencing "bewerken"
English
bework.
Additional Information