bespotten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bespotten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bespotten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bespottend
Past participle - Verleden deelwoord: bespot

Cognates

See the 3 cognates of bespotten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbespot
jijbespot
hijbespot
wijbespotten
julliebespotten
zijbespotten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bespot
jijhebt bespot
hijheeft bespot
wijhebben bespot
julliehebben bespot
zijhebben bespot

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbespotte
jijbespotte
hijbespotte
wijbespotten
julliebespotten
zijbespotten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bespot
jijhad bespot
hijhad bespot
wijhadden bespot
julliehadden bespot
zijhadden bespot

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bespotten
jijzult bespotten
hijzal bespotten
wijzullen bespotten
julliezullen bespotten
zijzullen bespotten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bespot hebben
jijzult bespot hebben
hijzal bespot hebben
wijzullen bespot hebben
julliezullen bespot hebben
zijzullen bespot hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bespotten
jijzou bespotten
hijzou bespotten
wijzouden bespotten
julliezouden bespotten
zijzouden bespotten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bespot hebben
jijzou bespot hebben
hijzou bespot hebben
wijzouden bespot hebben
julliezouden bespot hebben
zijzouden bespot hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbespot

Translations

  • deride, to harshly mock; ridicule
  • flout, to scorn
  • mock, to taunt
  • pillory, subject someone to humiliation, scorn, ridicule or abuse
  • ridicule, to make fun of someone
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    honen
    beledigen, smaden
    uitlachen
    honen

    Sample Sentences

    • [...] laten varen, dat ik eens gekoesterd had, namelijk van te beproeven, of ik niet van mijn graan wat mout kon maken, en hiermede bier brouwen. Dit was inderdaad een uitsporig denkbeeld, en dikwijls bespotte ik mij zelven er over; want ik zag thans in, dat ik om bier te brouwen, verscheidene dingen noodig had, die ik onmogelijk vervaardigen kon; als vooreerst vaten om het in te bewaren; die ik in spijt [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch bespotten, from Old Dutch bispotton. Equivalent to be- + spotten. See: Old Dutch 'bispotton'.

    Verbs referencing "bespotten"

    Danish bespotte, Swedish bespotta.

    Additional Information