spotten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of spotten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: spotten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: spottend
Past participle - Verleden deelwoord: gespot

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikspot
jijspot
hijspot
wijspotten
julliespotten
zijspotten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gespot
jijhebt gespot
hijheeft gespot
wijhebben gespot
julliehebben gespot
zijhebben gespot

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikspotte
jijspotte
hijspotte
wijspotten
julliespotten
zijspotten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gespot
jijhad gespot
hijhad gespot
wijhadden gespot
julliehadden gespot
zijhadden gespot

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal spotten
jijzult spotten
hijzal spotten
wijzullen spotten
julliezullen spotten
zijzullen spotten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gespot hebben
jijzult gespot hebben
hijzal gespot hebben
wijzullen gespot hebben
julliezullen gespot hebben
zijzullen gespot hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou spotten
jijzou spotten
hijzou spotten
wijzouden spotten
julliezouden spotten
zijzouden spotten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gespot hebben
jijzou gespot hebben
hijzou gespot hebben
wijzouden gespot hebben
julliezouden gespot hebben
zijzouden gespot hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijspot

Translations

  • jeer, to scoff or mock
  • scoff, to jeer; laugh at with contempt and derision
  • spot, sports: support or assist a maneuver
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    schimpen
    smalen

    Sample Sentences

    • Kom je mee treinen spotten? (Will you come trainspotting with me?)
    • De oude man ging graag zeldzame vogels spotten. (The old man liked spotting rare birds.)

    Etymology

    From Middle Dutch spotten, from Old Dutch *spotton, from Proto-Germanic *sputtōną. Equivalent to spot + -en. See: Old Dutch '*spotton'.

    Additional Information