bekendmaken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bekendmaken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bekendmaken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bekendmakend
Past participle - Verleden deelwoord: bekendgemaakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmaak bekend
jijmaakt bekend
hijmaakt bekend
wijmaken bekend
julliemaken bekend
zijmaken bekend

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bekendgemaakt
jijhebt bekendgemaakt
hijheeft bekendgemaakt
wijhebben bekendgemaakt
julliehebben bekendgemaakt
zijhebben bekendgemaakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmaakte bekend
jijmaakte bekend
hijmaakte bekend
wijmaakten bekend
julliemaakten bekend
zijmaakten bekend

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bekendgemaakt
jijhad bekendgemaakt
hijhad bekendgemaakt
wijhadden bekendgemaakt
julliehadden bekendgemaakt
zijhadden bekendgemaakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bekendmaken
jijzult bekendmaken
hijzal bekendmaken
wijzullen bekendmaken
julliezullen bekendmaken
zijzullen bekendmaken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bekendgemaakt hebben
jijzult bekendgemaakt hebben
hijzal bekendgemaakt hebben
wijzullen bekendgemaakt hebben
julliezullen bekendgemaakt hebben
zijzullen bekendgemaakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bekendmaken
jijzou bekendmaken
hijzou bekendmaken
wijzouden bekendmaken
julliezouden bekendmaken
zijzouden bekendmaken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bekendgemaakt hebben
jijzou bekendgemaakt hebben
hijzou bekendgemaakt hebben
wijzouden bekendgemaakt hebben
julliezouden bekendgemaakt hebben
zijzouden bekendgemaakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmaak bekend

Translations

  • denounce, to make known in a formal manner
  • disclose, make known
  • report, to notify formally
  • state, make known
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aankondigen
    afkondigen, annonceren, rondbazuinen

    Sample Sentences

    Etymology

    From bekend + maken, cf. German bekanntmachen. See: German, old spelling 'bekanntmachen'.

    Verbs referencing "bekendmaken"

    German, old spelling bekanntmachen.

    Additional Information