autoriseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of autoriseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: autoriseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: autoriserend
Past participle - Verleden deelwoord: geautoriseerd

Cognates

See the 2 cognates of autoriseren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikautoriseer
jijautoriseert
hijautoriseert
wijautoriseren
jullieautoriseren
zijautoriseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geautoriseerd
jijhebt geautoriseerd
hijheeft geautoriseerd
wijhebben geautoriseerd
julliehebben geautoriseerd
zijhebben geautoriseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikautoriseerde
jijautoriseerde
hijautoriseerde
wijautoriseerden
jullieautoriseerden
zijautoriseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geautoriseerd
jijhad geautoriseerd
hijhad geautoriseerd
wijhadden geautoriseerd
julliehadden geautoriseerd
zijhadden geautoriseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal autoriseren
jijzult autoriseren
hijzal autoriseren
wijzullen autoriseren
julliezullen autoriseren
zijzullen autoriseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geautoriseerd hebben
jijzult geautoriseerd hebben
hijzal geautoriseerd hebben
wijzullen geautoriseerd hebben
julliezullen geautoriseerd hebben
zijzullen geautoriseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou autoriseren
jijzou autoriseren
hijzou autoriseren
wijzouden autoriseren
julliezouden autoriseren
zijzouden autoriseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geautoriseerd hebben
jijzou geautoriseerd hebben
hijzou geautoriseerd hebben
wijzouden geautoriseerd hebben
julliezouden geautoriseerd hebben
zijzouden geautoriseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijautoriseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

1. From Middle Dutch auctoriseren, from Latin auctōrizō (perhaps via Old French auctoriser). Doublet of octrooieren.
2. Misspellings with -th- influenced by authenticeren and/or English authorize are common. See: Latin 'auctōrizō', English 'authorize'.

Additional Information