Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: wegen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wegend
Past participle - Verleden deelwoord: gewogen
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | weeg |
| jij | weegt |
| hij | weegt |
| wij | wegen |
| jullie | wegen |
| zij | wegen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gewogen |
| jij | hebt gewogen |
| hij | heeft gewogen |
| wij | hebben gewogen |
| jullie | hebben gewogen |
| zij | hebben gewogen |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | woog |
| jij | woog |
| hij | woog |
| wij | wogen |
| jullie | wogen |
| zij | wogen |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gewogen |
| jij | had gewogen |
| hij | had gewogen |
| wij | hadden gewogen |
| jullie | hadden gewogen |
| zij | hadden gewogen |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal wegen |
| jij | zult wegen |
| hij | zal wegen |
| wij | zullen wegen |
| jullie | zullen wegen |
| zij | zullen wegen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gewogen hebben |
| jij | zult gewogen hebben |
| hij | zal gewogen hebben |
| wij | zullen gewogen hebben |
| jullie | zullen gewogen hebben |
| zij | zullen gewogen hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou wegen |
| jij | zou wegen |
| hij | zou wegen |
| wij | zouden wegen |
| jullie | zouden wegen |
| zij | zouden wegen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gewogen hebben |
| jij | zou gewogen hebben |
| hij | zou gewogen hebben |
| wij | zouden gewogen hebben |
| jullie | zouden gewogen hebben |
| zij | zouden gewogen hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'wegen'
legen,
vegen,
wagen,
weren,
weten,
weven,
wezen,
wiegen,
afwegen,
bergen,
Translations
intersect, in mathematics
weight, in mathematics
weigh, to determine the weight of an object
heft, to test the weight of something by lifting it
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] Zelfs de aardbeving, dat verschrikkelijke natuurverschijnsel, dat zoo onmiddellijk aan eene onzigtbare magt doet denken, bragt, nadat de eerste schrik voorbij was, geen blijvenden indruk te weeg. Ik dacht evenmin aan God en zijne oordeelen, veel minder, dat mijn tegenwoordige toestand van zijne hand kwam, dan of ik mij in den voorspoedigsten staat mijns levens bevonden had. Maar nu ik ziek [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] zakken, te zamen ongeveer elfhonderd stukken van achten bevattende, en zes gouden dubloenen in een papier gewikkeld, en nog eenige kleine staven goud, die ik denk, dat gezamenlijk een pond zouden wegen. In de andere kist waren eenige kleederen, doch van minder waarde; ik denk, dat die aan den konstapelsmaat behoord had, schoon er geen kruid in was dan een paar pond zeer fijn, dat in drie fleschjes [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch wēgen, from Old Dutch *wegan, from Proto-West Germanic *wegan, from Proto-Germanic *weganą, from Proto-Indo-European *wéǵʰeti. See: Proto-Germanic '
*weganą', Proto-Indo-European '
*wéǵʰeti'.
Verbs referencing "wegen"
German, old spelling
wiegen, German, old spelling
wägen, English
weigh, Old English
wegan, Luxembourgish
weien, Alemannic German
weigge.
Additional Information