maskeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of maskeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: maskeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: maskerend
Past participle - Verleden deelwoord: gemaskeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmaskeer
jijmaskeert
hijmaskeert
wijmaskeren
julliemaskeren
zijmaskeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemaskeerd
jijhebt gemaskeerd
hijheeft gemaskeerd
wijhebben gemaskeerd
julliehebben gemaskeerd
zijhebben gemaskeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmaskeerde
jijmaskeerde
hijmaskeerde
wijmaskeerden
julliemaskeerden
zijmaskeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemaskeerd
jijhad gemaskeerd
hijhad gemaskeerd
wijhadden gemaskeerd
julliehadden gemaskeerd
zijhadden gemaskeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal maskeren
jijzult maskeren
hijzal maskeren
wijzullen maskeren
julliezullen maskeren
zijzullen maskeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemaskeerd hebben
jijzult gemaskeerd hebben
hijzal gemaskeerd hebben
wijzullen gemaskeerd hebben
julliezullen gemaskeerd hebben
zijzullen gemaskeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou maskeren
jijzou maskeren
hijzou maskeren
wijzouden maskeren
julliezouden maskeren
zijzouden maskeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemaskeerd hebben
jijzou gemaskeerd hebben
hijzou gemaskeerd hebben
wijzouden gemaskeerd hebben
julliezouden gemaskeerd hebben
zijzouden gemaskeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmaskeer

Translations

  • disguise, to prevent revealing something secret
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    verbergen
    verhullen

    Sample Sentences

    • Hij probeerde zijn emoties te maskeren zodat niemand kon zien dat hij verdrietig was. (He tried to mask his emotions so that no one could see he was sad.)

    Etymology

    From French masquer, unlike ontmaskeren, which is a Dutch formation based on the word masker (as is evidenced by its pronunciation). See: French 'masquer'.

    Additional Information