legitimeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of legitimeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: legitimeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: legitimerend
Past participle - Verleden deelwoord: gelegitimeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklegitimeer
jijlegitimeert
hijlegitimeert
wijlegitimeren
jullielegitimeren
zijlegitimeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gelegitimeerd
jijhebt gelegitimeerd
hijheeft gelegitimeerd
wijhebben gelegitimeerd
julliehebben gelegitimeerd
zijhebben gelegitimeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iklegitimeerde
jijlegitimeerde
hijlegitimeerde
wijlegitimeerden
jullielegitimeerden
zijlegitimeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gelegitimeerd
jijhad gelegitimeerd
hijhad gelegitimeerd
wijhadden gelegitimeerd
julliehadden gelegitimeerd
zijhadden gelegitimeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal legitimeren
jijzult legitimeren
hijzal legitimeren
wijzullen legitimeren
julliezullen legitimeren
zijzullen legitimeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gelegitimeerd hebben
jijzult gelegitimeerd hebben
hijzal gelegitimeerd hebben
wijzullen gelegitimeerd hebben
julliezullen gelegitimeerd hebben
zijzullen gelegitimeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou legitimeren
jijzou legitimeren
hijzou legitimeren
wijzouden legitimeren
julliezouden legitimeren
zijzouden legitimeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gelegitimeerd hebben
jijzou gelegitimeerd hebben
hijzou gelegitimeerd hebben
wijzouden gelegitimeerd hebben
julliezouden gelegitimeerd hebben
zijzouden gelegitimeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlegitimeer

Translations

  • legitimize, to make legitimate
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    echten
    wettigen

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French légitimer, from Medieval Latin lēgitimō, from lēgitimus. See: French 'légitimer'.

    Additional Information