Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: kwellen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kwellend
Past participle - Verleden deelwoord: gekweld
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | kwel |
| jij | kwelt |
| hij | kwelt |
| wij | kwellen |
| jullie | kwellen |
| zij | kwellen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gekweld |
| jij | hebt gekweld |
| hij | heeft gekweld |
| wij | hebben gekweld |
| jullie | hebben gekweld |
| zij | hebben gekweld |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | kwelde |
| jij | kwelde |
| hij | kwelde |
| wij | kwelden |
| jullie | kwelden |
| zij | kwelden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gekweld |
| jij | had gekweld |
| hij | had gekweld |
| wij | hadden gekweld |
| jullie | hadden gekweld |
| zij | hadden gekweld |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal kwellen |
| jij | zult kwellen |
| hij | zal kwellen |
| wij | zullen kwellen |
| jullie | zullen kwellen |
| zij | zullen kwellen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gekweld hebben |
| jij | zult gekweld hebben |
| hij | zal gekweld hebben |
| wij | zullen gekweld hebben |
| jullie | zullen gekweld hebben |
| zij | zullen gekweld hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou kwellen |
| jij | zou kwellen |
| hij | zou kwellen |
| wij | zouden kwellen |
| jullie | zouden kwellen |
| zij | zouden kwellen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gekweld hebben |
| jij | zou gekweld hebben |
| hij | zou gekweld hebben |
| wij | zouden gekweld hebben |
| jullie | zouden gekweld hebben |
| zij | zouden gekweld hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'kwellen'
aanballen,
aanbellen,
aanbollen,
aanbrullen,
aaneenwellen,
aanleggen,
aanrollen,
aanschellen,
aanstellen,
aantellen,
aantillen,
aanvollen,
aanvullen,
aanwellen,
aanwennen,
achternahollen,
achterstellen,
afbellen,
afgillen,
afhollen, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'kwellen'
knellen,
kwelen,
zwellen,
bellen,
hellen,
keilen,
kelen,
kielen,
knallen,
koelen,
Translations
hurt, to cause physical pain and/or injury
offend, to physically harm, pain
offend, to annoy, cause discomfort or resent
bedevil, to harass
plague, to harass
torment, to cause severe suffering
vex, to distress; to cause mental suffering
harass, to put excessive burdens upon
afflict, To cause pain to
Sample Sentences
-
[...] uitgeput was; begon mijn geweten, dat zoo lang gesluimerd had, te ontwaken. Ik verweet mij mijn vorig leven, dat mij zoo blijkbaar de straffende hand Gods op den hals had gehaald. Deze overwegingen kwelden mij van den tweeden of derden dag mijner ziekte, en zoo wel de hevigheid der koorts als de strenge berispingen van mijn geweten persten mij eenige biddende woorden af, schoon het geen eigenlijk [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] en de onmogelijkheid mijner bevrijding drukte mij te zeer ter neder, om die te durven verwachten. Maar, terwijl ik mij met deze gedachten pijnigde, schoot het mij te binnen, dat ik mij zoo zeer kwelde met het denkbeeld mijner bevrijding van dit eiland, dat ik geheel vergat, dat ik als door een wonder van mijne ziekte bevrijd was geworden, uit den jammerlijksten toestand, en die mij zoo veel [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch quellen, from Old Dutch *quellen, from Proto-West Germanic *kwalljan, from Proto-Germanic *kwaljaną. See: Proto-Germanic '
*kwaljaną'.
Verbs referencing "kwellen"
Old English
cwellan, German, old spelling
quälen.
Additional Information