Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: behoeden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: behoedend
Past participle - Verleden deelwoord: behoed
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | behoed |
| jij | behoedt |
| hij | behoedt |
| wij | behoeden |
| jullie | behoeden |
| zij | behoeden |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb behoed |
| jij | hebt behoed |
| hij | heeft behoed |
| wij | hebben behoed |
| jullie | hebben behoed |
| zij | hebben behoed |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | behoedde |
| jij | behoedde |
| hij | behoedde |
| wij | behoedden |
| jullie | behoedden |
| zij | behoedden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had behoed |
| jij | had behoed |
| hij | had behoed |
| wij | hadden behoed |
| jullie | hadden behoed |
| zij | hadden behoed |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal behoeden |
| jij | zult behoeden |
| hij | zal behoeden |
| wij | zullen behoeden |
| jullie | zullen behoeden |
| zij | zullen behoeden |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal behoed hebben |
| jij | zult behoed hebben |
| hij | zal behoed hebben |
| wij | zullen behoed hebben |
| jullie | zullen behoed hebben |
| zij | zullen behoed hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou behoeden |
| jij | zou behoeden |
| hij | zou behoeden |
| wij | zouden behoeden |
| jullie | zouden behoeden |
| zij | zouden behoeden |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou behoed hebben |
| jij | zou behoed hebben |
| hij | zou behoed hebben |
| wij | zouden behoed hebben |
| jullie | zouden behoed hebben |
| zij | zouden behoed hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'behoeden'
aanaarden,
aanbanden,
aanbelanden,
aanbloeden,
aanboorden,
aanbranden,
aanduiden,
aanlanden,
aanleiden,
aanmelden,
aanranden,
aanspelden,
aanspoeden,
aanvaarden,
aanwenden,
aanzanden,
afbeelden,
afgronden,
afleiden,
afmelden, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'behoeden'
behoeven,
behouden,
beboeren,
bedoelen,
beheren,
behoren,
bekleden,
bekoelen,
beloeren,
bemoeien,
Sample Sentences
-
[...] en op de liefderijkste wijze er bij mij op aan, dat ik niet als een loszinnige jongen zou handelen, en mij niet in ellenden zou storten, voor welke de natuur, en de staat waarin ik geboren was, mij behoedden. Hij zeide, dat ik niet noodig had mijn brood te zoeken, dat ik op zijne ondersteuning rekenen kon, en hij zijn best zou doen mij in den staat, dien hij mij zoo aangeprezen had, te stellen. " Zoo [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] naar zijn raad gedragen en mij nimmer weder in zulk gevaar begeven. Thans zag ik duidelijk hoe waar mijn vader gesproken had over den middelstand, hoe gerust hij zijne dagen gesleten had, evenzeer behoed voor de stormen des oceaans, als voor de zorg en onrust van het land. Ik besloot dus, met een opregt berouw, als de verloren zoon, naar mijn ouders huis terug te keeren.
(Robinson Crusoe)
-
[...] Toen ik dien wanhopigen togt deed langs de Afrikaansche kust, had ik nimmer een oogenblik gedacht wat er van mij worden zou, of eenmaal van God gebeden mij te geleiden, of mij voor het gevaar te behoeden, dat mij zoo blijkbaar omringde van verscheurende dieren en onbeschaafde volken; ik dacht volstrekt niet aan Gods voorzienigheid, maar handelde als een dier, dat alleen door zucht tot zelfbehoud [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From be- + hoeden.
Additional Information