abonneren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of abonneren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: abonneren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: abonnerend
Past participle - Verleden deelwoord: geabonneerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikabonneer
jijabonneert
hijabonneert
wijabonneren
jullieabonneren
zijabonneren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geabonneerd
jijhebt geabonneerd
hijheeft geabonneerd
wijhebben geabonneerd
julliehebben geabonneerd
zijhebben geabonneerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikabonneerde
jijabonneerde
hijabonneerde
wijabonneerden
jullieabonneerden
zijabonneerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geabonneerd
jijhad geabonneerd
hijhad geabonneerd
wijhadden geabonneerd
julliehadden geabonneerd
zijhadden geabonneerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal abonneren
jijzult abonneren
hijzal abonneren
wijzullen abonneren
julliezullen abonneren
zijzullen abonneren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geabonneerd hebben
jijzult geabonneerd hebben
hijzal geabonneerd hebben
wijzullen geabonneerd hebben
julliezullen geabonneerd hebben
zijzullen geabonneerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou abonneren
jijzou abonneren
hijzou abonneren
wijzouden abonneren
julliezouden abonneren
zijzouden abonneren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geabonneerd hebben
jijzou geabonneerd hebben
hijzou geabonneerd hebben
wijzouden geabonneerd hebben
julliezouden geabonneerd hebben
zijzouden geabonneerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijabonneer

Translations

  • subscribe, to sign up to receive a publication
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French abonner. See: French 'abonner'.

    Verbs referencing "abonneren"

    Papiamento aboná.

    Additional Information