aanzien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aanzien

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aanzien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanziend
Past participle - Verleden deelwoord: aangezien

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzie aan
jijziet aan
hijziet aan
wijzien aan
julliezien aan
zijzien aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangezien
jijhebt aangezien
hijheeft aangezien
wijhebben aangezien
julliehebben aangezien
zijhebben aangezien

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzag aan
jijzag aan
hijzag aan
wijzagen aan
julliezagen aan
zijzagen aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangezien
jijhad aangezien
hijhad aangezien
wijhadden aangezien
julliehadden aangezien
zijhadden aangezien

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aanzien
jijzult aanzien
hijzal aanzien
wijzullen aanzien
julliezullen aanzien
zijzullen aanzien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangezien hebben
jijzult aangezien hebben
hijzal aangezien hebben
wijzullen aangezien hebben
julliezullen aangezien hebben
zijzullen aangezien hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aanzien
jijzou aanzien
hijzou aanzien
wijzouden aanzien
julliezouden aanzien
zijzouden aanzien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangezien hebben
jijzou aangezien hebben
hijzou aangezien hebben
wijzouden aangezien hebben
julliezouden aangezien hebben
zijzouden aangezien hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzie aan

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

aanblikken
aankijken, toekijken, toezien
dulden
verdragen
beschouwen
rekenen
afwachten
anticiperen, verwachten, voorkomen, vooruitlopen

Sample Sentences

  • [...] verward en buiten mij zelven naar huis terug; zonder dat ik, gelijk men zegt, den grond onder mijne voeten voelde, terwijl ik bij elke schrede omzag, en iederen geknotten boomstam voor een mensch aanzag. Het is niet te beschrijven, wat ik mij niet al verbeeldde, en welke uitsporige denkbeelden niet al bij mij opkwamen. (Robinson Crusoe)
  • [...] naar toe kunnen gaan. Ik bedacht, dat ik geenszins zeker was, welken weg ik gegaan was, en dat als het zoo was, ik even zot was geweest, als die dwazen, die hun eigen schaduw voor een spook of geest aanzien en daarvoor vreezen. (Robinson Crusoe)
  • [...] mij en den ergsten dood geweest was, dien namelijk, van in de handen van menschenetende wilden te vallen, die mij zouden beschouwd hebben met hetzelfde oog, waarmede ik een geitje of schildpad aanzag, en even weinig zwarigheid er in zouden gevonden hebben, mij te slagten en op te eten, als ik een duif of een wulp. Ik zou de waarheid te kort doen als ik niet zeide, dat ik opregt dankbaar was aan [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] en laten hem den weg vrij; want hij is zeer trotsch en zou voor geen prins uit den weg gaan; het best is een anderen weg heen te zien en bedaard voort te gaan, want zoo men stilstaat en hem stijf aanziet, wil hij dit wel eens als eene beleediging opnemen. Zoo men hem echter met iets gooit, dat hem raakt, al ware het maar een takje zoo dun als een pink, dan wordt hij boos, en laat alles staan om [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch aensien, equivalent to aan + zien. Cognate with German Low German ansehn, German ansehen, Middle English onsēn. See: German, old spelling 'ansehen'.

Additional Information