anticiperen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of anticiperen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: anticiperen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: anticiperend
Past participle - Verleden deelwoord: geanticipeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikanticipeer
jijanticipeert
hijanticipeert
wijanticiperen
jullieanticiperen
zijanticiperen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geanticipeerd
jijhebt geanticipeerd
hijheeft geanticipeerd
wijhebben geanticipeerd
julliehebben geanticipeerd
zijhebben geanticipeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikanticipeerde
jijanticipeerde
hijanticipeerde
wijanticipeerden
jullieanticipeerden
zijanticipeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geanticipeerd
jijhad geanticipeerd
hijhad geanticipeerd
wijhadden geanticipeerd
julliehadden geanticipeerd
zijhadden geanticipeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal anticiperen
jijzult anticiperen
hijzal anticiperen
wijzullen anticiperen
julliezullen anticiperen
zijzullen anticiperen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geanticipeerd hebben
jijzult geanticipeerd hebben
hijzal geanticipeerd hebben
wijzullen geanticipeerd hebben
julliezullen geanticipeerd hebben
zijzullen geanticipeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou anticiperen
jijzou anticiperen
hijzou anticiperen
wijzouden anticiperen
julliezouden anticiperen
zijzouden anticiperen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geanticipeerd hebben
jijzou geanticipeerd hebben
hijzou geanticipeerd hebben
wijzouden geanticipeerd hebben
julliezouden geanticipeerd hebben
zijzouden geanticipeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijanticipeer

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

verwachten
voorkomen, vooruitlopen

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch anticiperen, from Latin anticipō (possibly via Middle French anticiper). See: Latin 'anticipō'.

Additional Information