syncoperen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of syncoperen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: syncoperen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: syncoperend
Past participle - Verleden deelwoord: gesyncopeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksyncopeer
jijsyncopeert
hijsyncopeert
wijsyncoperen
julliesyncoperen
zijsyncoperen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesyncopeerd
jijhebt gesyncopeerd
hijheeft gesyncopeerd
wijhebben gesyncopeerd
julliehebben gesyncopeerd
zijhebben gesyncopeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksyncopeerde
jijsyncopeerde
hijsyncopeerde
wijsyncopeerden
julliesyncopeerden
zijsyncopeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesyncopeerd
jijhad gesyncopeerd
hijhad gesyncopeerd
wijhadden gesyncopeerd
julliehadden gesyncopeerd
zijhadden gesyncopeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal syncoperen
jijzult syncoperen
hijzal syncoperen
wijzullen syncoperen
julliezullen syncoperen
zijzullen syncoperen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesyncopeerd hebben
jijzult gesyncopeerd hebben
hijzal gesyncopeerd hebben
wijzullen gesyncopeerd hebben
julliezullen gesyncopeerd hebben
zijzullen gesyncopeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou syncoperen
jijzou syncoperen
hijzou syncoperen
wijzouden syncoperen
julliezouden syncoperen
zijzouden syncoperen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesyncopeerd hebben
jijzou gesyncopeerd hebben
hijzou gesyncopeerd hebben
wijzouden gesyncopeerd hebben
julliezouden gesyncopeerd hebben
zijzouden gesyncopeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsyncopeer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information