stuklopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of stuklopen

The word "stuklopen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: stuklopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: stuklopend
Past participle - Verleden deelwoord: gestukloopt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstukloop
jijstukloopt
hijstukloopt
wijstuklopen
julliestuklopen
zijstuklopen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gestukloopt
jijhebt gestukloopt
hijheeft gestukloopt
wijhebben gestukloopt
julliehebben gestukloopt
zijhebben gestukloopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstukloopte
jijstukloopte
hijstukloopte
wijstukloopten
julliestukloopten
zijstukloopten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gestukloopt
jijhad gestukloopt
hijhad gestukloopt
wijhadden gestukloopt
julliehadden gestukloopt
zijhadden gestukloopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal stuklopen
jijzult stuklopen
hijzal stuklopen
wijzullen stuklopen
julliezullen stuklopen
zijzullen stuklopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestukloopt hebben
jijzult gestukloopt hebben
hijzal gestukloopt hebben
wijzullen gestukloopt hebben
julliezullen gestukloopt hebben
zijzullen gestukloopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou stuklopen
jijzou stuklopen
hijzou stuklopen
wijzouden stuklopen
julliezouden stuklopen
zijzouden stuklopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestukloopt hebben
jijzou gestukloopt hebben
hijzou gestukloopt hebben
wijzouden gestukloopt hebben
julliezouden gestukloopt hebben
zijzouden gestukloopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstukloop

Verbs similar to 'stuklopen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From stuk (“broken”) + lopen (“to walk”).

Additional Information