stoven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of stoven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: stoven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: stovend
Past participle - Verleden deelwoord: gestoofd

Cognates

See the 2 cognates of stoven

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstoof
jijstooft
hijstooft
wijstoven
julliestoven
zijstoven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gestoofd
jijhebt gestoofd
hijheeft gestoofd
wijhebben gestoofd
julliehebben gestoofd
zijhebben gestoofd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstoofde
jijstoofde
hijstoofde
wijstoofden
julliestoofden
zijstoofden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gestoofd
jijhad gestoofd
hijhad gestoofd
wijhadden gestoofd
julliehadden gestoofd
zijhadden gestoofd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal stoven
jijzult stoven
hijzal stoven
wijzullen stoven
julliezullen stoven
zijzullen stoven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestoofd hebben
jijzult gestoofd hebben
hijzal gestoofd hebben
wijzullen gestoofd hebben
julliezullen gestoofd hebben
zijzullen gestoofd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou stoven
jijzou stoven
hijzou stoven
wijzouden stoven
julliezouden stoven
zijzouden stoven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestoofd hebben
jijzou gestoofd hebben
hijzou gestoofd hebben
wijzouden gestoofd hebben
julliezouden gestoofd hebben
zijzouden gestoofd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstoof

Verbs conjugated like 'stoven'

aandraven, aaneenkleven, aanschaven, afroven, afschaven, afsloven, beleven, beloven, beroven, beschaven, beven, dichtreven, doven, draven, geloven, kleven, kloven, laven, leven, loven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'stoven'

staven, stomen, storen, stoten, doven, kloven, loven, roven, smoren, staken,

Translations

  • simmer, (intransitive) to cook or undergo heating slowly
  • simmer, (transitive) to cause to cook or undergo heating slowly
  • stew, to cook (food)
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    koken
    gaarkoken, pocheren, stomen

    Sample Sentences

    • [...] was. Mijne maaltijden waren thans de volgende. Ik at een tros rozijnen voor mijn ontbijt, een stuk gebraden geiten- of schildpadvleesch (want ik had ongelukkig geen vaatwerk om in te koken of te stoven ) voor mijn middagmaal, en twee of drie schildpadeijeren maakten mijn avondmaal uit. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch stoven, from Old Dutch *stōven, from Proto-West Germanic *staubijan. By surface analysis, stoof + -en.

    Verbs referencing "stoven"

    English stive, Irish stobh, Papiamento stoba.

    Additional Information