roven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of roven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: roven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: rovend
Past participle - Verleden deelwoord: geroofd

Cognates

See the 2 cognates of roven

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikroof
jijrooft
hijrooft
wijroven
jullieroven
zijroven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geroofd
jijhebt geroofd
hijheeft geroofd
wijhebben geroofd
julliehebben geroofd
zijhebben geroofd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikroofde
jijroofde
hijroofde
wijroofden
jullieroofden
zijroofden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geroofd
jijhad geroofd
hijhad geroofd
wijhadden geroofd
julliehadden geroofd
zijhadden geroofd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal roven
jijzult roven
hijzal roven
wijzullen roven
julliezullen roven
zijzullen roven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geroofd hebben
jijzult geroofd hebben
hijzal geroofd hebben
wijzullen geroofd hebben
julliezullen geroofd hebben
zijzullen geroofd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou roven
jijzou roven
hijzou roven
wijzouden roven
julliezouden roven
zijzouden roven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geroofd hebben
jijzou geroofd hebben
hijzou geroofd hebben
wijzouden geroofd hebben
julliezouden geroofd hebben
zijzouden geroofd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijroof

Verbs conjugated like 'roven'

aandraven, aaneenkleven, aanschaven, afroven, afschaven, afsloven, beleven, beloven, beroven, beschaven, beven, dichtreven, doven, draven, geloven, kleven, kloven, laven, leven, loven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'roven'

doven, loven, roken, afroven, beroven, beven, bomen, doden, doen, dogen,

Translations

  • maraud, intransitive: to move about in roving fashion looking for plunder
  • reave, to plunder, pillage, rob, pirate, or remove
  • plunder, to take by force or wrongfully
  • plunder, to commit robbery or looting (intransitive)
  • heist, to steal, rob or hold up something
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    pikken
    stelen
    beroven
    ontnemen, wegnemen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch rôven, from Old Dutch *rōvon, from Proto-West Germanic *raubōn, from Proto-Germanic *raubōną. See: Old Dutch '*rōvon', Proto-Germanic '*raubōną'.

    Verbs referencing "roven"

    English rob.

    Additional Information