Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: proeven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: proevend
Past participle - Verleden deelwoord: geproefd
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | proef |
| jij | proeft |
| hij | proeft |
| wij | proeven |
| jullie | proeven |
| zij | proeven |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb geproefd |
| jij | hebt geproefd |
| hij | heeft geproefd |
| wij | hebben geproefd |
| jullie | hebben geproefd |
| zij | hebben geproefd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | proefde |
| jij | proefde |
| hij | proefde |
| wij | proefden |
| jullie | proefden |
| zij | proefden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had geproefd |
| jij | had geproefd |
| hij | had geproefd |
| wij | hadden geproefd |
| jullie | hadden geproefd |
| zij | hadden geproefd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal proeven |
| jij | zult proeven |
| hij | zal proeven |
| wij | zullen proeven |
| jullie | zullen proeven |
| zij | zullen proeven |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geproefd hebben |
| jij | zult geproefd hebben |
| hij | zal geproefd hebben |
| wij | zullen geproefd hebben |
| jullie | zullen geproefd hebben |
| zij | zullen geproefd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou proeven |
| jij | zou proeven |
| hij | zou proeven |
| wij | zouden proeven |
| jullie | zouden proeven |
| zij | zouden proeven |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geproefd hebben |
| jij | zou geproefd hebben |
| hij | zou geproefd hebben |
| wij | zouden geproefd hebben |
| jullie | zouden geproefd hebben |
| zij | zouden geproefd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'proeven'
aanrijven,
aanschroeven,
aanwuiven,
afproeven,
afrijven,
afschroeven,
aftroeven,
afverven,
bedroeven,
behoeven,
believen,
dalven,
derven,
dieven,
erven,
fuiven,
garven,
gerieven,
golven,
hoeven, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'proeven'
afproeven,
droelen,
groeien,
groeten,
hoeven,
kroelen,
loeven,
ploegen,
poeren,
preken,
Translations
taste, to sample the flavor of something
try, to taste, sample, etc
Sample Sentences
-
17 Junij. Bragt ik door in het koken van de schildpad. Ik vond er zestig eijeren in, en haar vleesch scheen mij het geurigste en lekkerste dat ik ooit geproefd had; en geen wonder, daar ik sedert mijne komst op dit akelig eiland slechts geitenvleesch en vogels geproefd had.
(Robinson Crusoe)
-
[...] eijeren in, en haar vleesch scheen mij het geurigste en lekkerste dat ik ooit geproefd had; en geen wonder, daar ik sedert mijne komst op dit akelig eiland slechts geitenvleesch en vogels geproefd had.
(Robinson Crusoe)
-
[...] den 29en. Den 30en was het mijn vrije dag, en ik ging met mijn geweer uit, maar had geen lust om ver te loopen. Ik schoot een paar zeevogels, naar ganzen gelijkende, maar had weinig lust er van te proeven, dus at ik eenige schildpadeijeren, die zeer goed waren. Dezen avond nam ik weder dat geneesmiddel in, dat naar ik meende mij den vorigen keer goed gedaan had, namelijk tabak in rum gelegd, maar [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] ik twee of drie dagen op mijn kasteel was geweest, begreep ik, dat het goed was, ten einde Vrijdag van zijn afschuwelijk eten van menschenvleesch af te brengen, hem eenig ander vleesch te laten proeven. Ik nam hem derhalve op een ochtend mede naar het bosch, met oogmerk een geitje uit mijne kudde naar huis te brengen en te slagten, maar onder weg zag ik eene geit met twee jongen in de schaduw [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dikwijls gezien had, door het vleesch in een stuk aan een staak te hangen, die op twee andere staken steunde, en deze te draaijen. Vrijdag stond dit verbaasd aan te zien, maar toen hij het vleesch proefde, gaf hij mij op allerlei wijzen te verstaan hoe goed het hem smaakte, en eindelijk gaf hij te kennen, dat hij nimmer meer menschenvleesch wilde eten, hetwelk mij zeer aangenaam was.
(Robinson Crusoe)
-
[...] en een groot stuk suiker, in een zeildoekschen zak; het stuk suiker was vijf of zes pond zwaar; en dit alles was mij hoogst welkom, vooral de brandewijn en suiker, die ik sedert vele jaren niet geproefd had.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch proeven (13th c.). Ultimately from Latin probāre and hence a doublet of proberen. Probably borrowed from Old French prover, although the umlaut in Middle Low German prö̂ven, northern Middle High German prüeven may also hint at a (regionally restricted) Proto-West Germanic *prōfijan, from Vulgar Latin. In modern Dutch dialects, the vocalism generally coincides with the isogloss for umlaut on long vowels (western proeve(n) vs. Brabantian/Kleverlandish pruve(n), Limburgish preuve). Compare German prüfen. See: Latin '
probo', Old French '
prover', Middle High German '
prüeven', German, old spelling '
prüfen'.
Verbs referencing "proeven"
German, old spelling
prüfen.
Additional Information