langsgaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of langsgaan

The word "langsgaan" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: langsgaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: langsgaand
Past participle - Verleden deelwoord: gelangsgaan

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklangsga
jijlangsgaat
hijlangsgaat
wijlangsgaan
jullielangsgaan
zijlangsgaan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gelangsgaan
jijhebt gelangsgaan
hijheeft gelangsgaan
wijhebben gelangsgaan
julliehebben gelangsgaan
zijhebben gelangsgaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iklangsging
jijlangsging
hijlangsging
wijlangsgingen
jullielangsgingen
zijlangsgingen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gelangsgaan
jijhad gelangsgaan
hijhad gelangsgaan
wijhadden gelangsgaan
julliehadden gelangsgaan
zijhadden gelangsgaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal langsgaan
jijzult langsgaan
hijzal langsgaan
wijzullen langsgaan
julliezullen langsgaan
zijzullen langsgaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gelangsgaan hebben
jijzult gelangsgaan hebben
hijzal gelangsgaan hebben
wijzullen gelangsgaan hebben
julliezullen gelangsgaan hebben
zijzullen gelangsgaan hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou langsgaan
jijzou langsgaan
hijzou langsgaan
wijzouden langsgaan
julliezouden langsgaan
zijzouden langsgaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gelangsgaan hebben
jijzou gelangsgaan hebben
hijzou gelangsgaan hebben
wijzouden gelangsgaan hebben
julliezouden gelangsgaan hebben
zijzouden gelangsgaan hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlangsga

Verbs conjugated like 'langsgaan'

aangaan, achtergaan, achternagaan, achteruitgaan, afgaan, begaan, doorgaan, gaan, heengaan, ingaan, nagaan, omgaan, ondergaan, ontgaan, opgaan, overgaan, rondgaan, toegaan, uitgaan, vergaan, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'langsgaan'

Translations

  • stop, to tarry
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From langs (“along, alongside”) + gaan (“to go”).

    Additional Information