isoleren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of isoleren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: isoleren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: isolerend
Past participle - Verleden deelwoord: geïsoleerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikisoleer
jijisoleert
hijisoleert
wijisoleren
jullieisoleren
zijisoleren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geïsoleerd
jijhebt geïsoleerd
hijheeft geïsoleerd
wijhebben geïsoleerd
julliehebben geïsoleerd
zijhebben geïsoleerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikisoleerde
jijisoleerde
hijisoleerde
wijisoleerden
jullieisoleerden
zijisoleerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geïsoleerd
jijhad geïsoleerd
hijhad geïsoleerd
wijhadden geïsoleerd
julliehadden geïsoleerd
zijhadden geïsoleerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal isoleren
jijzult isoleren
hijzal isoleren
wijzullen isoleren
julliezullen isoleren
zijzullen isoleren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geïsoleerd hebben
jijzult geïsoleerd hebben
hijzal geïsoleerd hebben
wijzullen geïsoleerd hebben
julliezullen geïsoleerd hebben
zijzullen geïsoleerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou isoleren
jijzou isoleren
hijzou isoleren
wijzouden isoleren
julliezouden isoleren
zijzouden isoleren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geïsoleerd hebben
jijzou geïsoleerd hebben
hijzou geïsoleerd hebben
wijzouden geïsoleerd hebben
julliezouden geïsoleerd hebben
zijzouden geïsoleerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijisoleer

Translations

  • island, isolate
  • isolate, isolate
  • isolate, transitive: to set apart or cut off from others
  • isolate, transitive: to place in quarantine or isolation
  • isolate, transitive: to insulate, or make free of external influence
  • isolate, transitive, microbiology: to separate a pure strain of bacteria etc. from a mixed culture
  • isolate, transitive: to insulate an electrical component from a source of electricity
  • quarantine, put in isolation as if by quarantine
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French isoler. See: French 'isoler'.

    Additional Information