dichtknopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of dichtknopen

The word "dichtknopen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: dichtknopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dichtknopend
Past participle - Verleden deelwoord: dichtgeknoopt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikknoop dicht
jijknoopt dicht
hijknoopt dicht
wijknopen dicht
jullieknopen dicht
zijknopen dicht

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb dichtgeknoopt
jijhebt dichtgeknoopt
hijheeft dichtgeknoopt
wijhebben dichtgeknoopt
julliehebben dichtgeknoopt
zijhebben dichtgeknoopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikknoopte dicht
jijknoopte dicht
hijknoopte dicht
wijknoopten dicht
jullieknoopten dicht
zijknoopten dicht

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad dichtgeknoopt
jijhad dichtgeknoopt
hijhad dichtgeknoopt
wijhadden dichtgeknoopt
julliehadden dichtgeknoopt
zijhadden dichtgeknoopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal dichtknopen
jijzult dichtknopen
hijzal dichtknopen
wijzullen dichtknopen
julliezullen dichtknopen
zijzullen dichtknopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal dichtgeknoopt hebben
jijzult dichtgeknoopt hebben
hijzal dichtgeknoopt hebben
wijzullen dichtgeknoopt hebben
julliezullen dichtgeknoopt hebben
zijzullen dichtgeknoopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou dichtknopen
jijzou dichtknopen
hijzou dichtknopen
wijzouden dichtknopen
julliezouden dichtknopen
zijzouden dichtknopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou dichtgeknoopt hebben
jijzou dichtgeknoopt hebben
hijzou dichtgeknoopt hebben
wijzouden dichtgeknoopt hebben
julliezouden dichtgeknoopt hebben
zijzouden dichtgeknoopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijknoop dicht

Verbs conjugated like 'dichtknopen'

aanbleken, aanhaken, aankweken, aanmaken, aanpreken, aanraken, aansmeken, aanstoken, afhaken, afkraken, afmaken, afpreken, bekendmaken, bewaken, dichtmaken, dopen, gapen, geraken, inmaken, inschepen, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'dichtknopen'

Translations

  • button, to fasten with a button
  • knot, form into a knot; tie with knot(s)
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information