bestoken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bestoken

The word "bestoken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bestoken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bestokend
Past participle - Verleden deelwoord: bestookt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbestook
jijbestookt
hijbestookt
wijbestoken
julliebestoken
zijbestoken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bestookt
jijhebt bestookt
hijheeft bestookt
wijhebben bestookt
julliehebben bestookt
zijhebben bestookt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbestookte
jijbestookte
hijbestookte
wijbestookten
julliebestookten
zijbestookten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bestookt
jijhad bestookt
hijhad bestookt
wijhadden bestookt
julliehadden bestookt
zijhadden bestookt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bestoken
jijzult bestoken
hijzal bestoken
wijzullen bestoken
julliezullen bestoken
zijzullen bestoken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bestookt hebben
jijzult bestookt hebben
hijzal bestookt hebben
wijzullen bestookt hebben
julliezullen bestookt hebben
zijzullen bestookt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bestoken
jijzou bestoken
hijzou bestoken
wijzouden bestoken
julliezouden bestoken
zijzouden bestoken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bestookt hebben
jijzou bestookt hebben
hijzou bestookt hebben
wijzouden bestookt hebben
julliezouden bestookt hebben
zijzouden bestookt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbestook

Verbs similar to 'bestoken'

Translations

  • pelt, to bombard
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch bestoken. Equivalent to be- + stoken.

    Additional Information