besmoken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of besmoken

The word "besmoken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: besmoken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: besmokend
Past participle - Verleden deelwoord: besmookt

Cognates

See the 2 cognates of besmoken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbesmook
jijbesmookt
hijbesmookt
wijbesmoken
julliebesmoken
zijbesmoken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb besmookt
jijhebt besmookt
hijheeft besmookt
wijhebben besmookt
julliehebben besmookt
zijhebben besmookt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbesmookte
jijbesmookte
hijbesmookte
wijbesmookten
julliebesmookten
zijbesmookten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad besmookt
jijhad besmookt
hijhad besmookt
wijhadden besmookt
julliehadden besmookt
zijhadden besmookt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal besmoken
jijzult besmoken
hijzal besmoken
wijzullen besmoken
julliezullen besmoken
zijzullen besmoken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal besmookt hebben
jijzult besmookt hebben
hijzal besmookt hebben
wijzullen besmookt hebben
julliezullen besmookt hebben
zijzullen besmookt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou besmoken
jijzou besmoken
hijzou besmoken
wijzouden besmoken
julliezouden besmoken
zijzouden besmoken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou besmookt hebben
jijzou besmookt hebben
hijzou besmookt hebben
wijzouden besmookt hebben
julliezouden besmookt hebben
zijzouden besmookt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbesmook

Verbs similar to 'besmoken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "besmoken"

English besmoke.

Additional Information