bekopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bekopen

The word "bekopen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bekopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bekopend
Past participle - Verleden deelwoord: bekoopt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbekoop
jijbekoopt
hijbekoopt
wijbekopen
julliebekopen
zijbekopen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bekoopt
jijhebt bekoopt
hijheeft bekoopt
wijhebben bekoopt
julliehebben bekoopt
zijhebben bekoopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbekoopte
jijbekoopte
hijbekoopte
wijbekoopten
julliebekoopten
zijbekoopten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bekoopt
jijhad bekoopt
hijhad bekoopt
wijhadden bekoopt
julliehadden bekoopt
zijhadden bekoopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bekopen
jijzult bekopen
hijzal bekopen
wijzullen bekopen
julliezullen bekopen
zijzullen bekopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bekoopt hebben
jijzult bekoopt hebben
hijzal bekoopt hebben
wijzullen bekoopt hebben
julliezullen bekoopt hebben
zijzullen bekoopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bekopen
jijzou bekopen
hijzou bekopen
wijzouden bekopen
julliezouden bekopen
zijzouden bekopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bekoopt hebben
jijzou bekoopt hebben
hijzou bekoopt hebben
wijzouden bekoopt hebben
julliezouden bekoopt hebben
zijzouden bekoopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbekoop

Verbs similar to 'bekopen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch becôpen. Equivalent to be- + kopen.

Additional Information