afdwalen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afdwalen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afdwalen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afdwalend
Past participle - Verleden deelwoord: afgedwaald

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdwaal af
jijdwaalt af
hijdwaalt af
wijdwalen af
julliedwalen af
zijdwalen af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben afgedwaald
jijbent afgedwaald
hijis afgedwaald
wijzijn afgedwaald
julliezijn afgedwaald
zijzijn afgedwaald

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdwaalde af
jijdwaalde af
hijdwaalde af
wijdwaalden af
julliedwaalden af
zijdwaalden af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas afgedwaald
jijwas afgedwaald
hijwas afgedwaald
wijwaren afgedwaald
julliewaren afgedwaald
zijwaren afgedwaald

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afdwalen
jijzult afdwalen
hijzal afdwalen
wijzullen afdwalen
julliezullen afdwalen
zijzullen afdwalen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgedwaald zijn
jijzult afgedwaald zijn
hijzal afgedwaald zijn
wijzullen afgedwaald zijn
julliezullen afgedwaald zijn
zijzullen afgedwaald zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afdwalen
jijzou afdwalen
hijzou afdwalen
wijzouden afdwalen
julliezouden afdwalen
zijzouden afdwalen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgedwaald zijn
jijzou afgedwaald zijn
hijzou afgedwaald zijn
wijzouden afgedwaald zijn
julliezouden afgedwaald zijn
zijzouden afgedwaald zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijdwaal af

Translations

  • deflect, to deviate
  • depart, to deviate
  • digress, to deviate
  • straggle, to stray from the road
  • wander, of the mind, to lose focus or clarity of argument or attention
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    suffen
    dromen

    Sample Sentences

    Etymology

    From af + dwalen.

    Additional Information