wennen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wennen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wennen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wennend
Past participle - Verleden deelwoord: gewend

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwen
jijwent
hijwent
wijwennen
julliewennen
zijwennen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gewend
jijhebt gewend
hijheeft gewend
wijhebben gewend
julliehebben gewend
zijhebben gewend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwende
jijwende
hijwende
wijwenden
julliewenden
zijwenden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gewend
jijhad gewend
hijhad gewend
wijhadden gewend
julliehadden gewend
zijhadden gewend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wennen
jijzult wennen
hijzal wennen
wijzullen wennen
julliezullen wennen
zijzullen wennen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gewend hebben
jijzult gewend hebben
hijzal gewend hebben
wijzullen gewend hebben
julliezullen gewend hebben
zijzullen gewend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wennen
jijzou wennen
hijzou wennen
wijzouden wennen
julliezouden wennen
zijzouden wennen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gewend hebben
jijzou gewend hebben
hijzou gewend hebben
wijzouden gewend hebben
julliezouden gewend hebben
zijzouden gewend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwen

Translations

  • wont, To make (someone) used to; to accustom
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aarden
    gedijen, groeien, tieren

    Sample Sentences

    • Deze goede en verstandige voornemens duurden zoo lang de storm aanhield en zelfs nog eenigen tijd daarna, maar den volgenden dag werd de wind bedaard, de zee werd kalm, en ik begon er mij aan te gewennen; echter was ik dien geheelen dag zeer ernstig, want ik was nog een weinig zeeziek. Tegen den avond klaarde de lucht op, de wind ging geheel liggen, en het werd een verrukkelijk schoone avond. De zon [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] van te ontvlugten bij mij weder boven. Nu ik een vaartuig had en mijn meester weg was, maakte ik alles gereed, niet om te visschen, maar voor eene reis. Ik wist wel niet waarheen ik den steven zou wenden, maar hieraan bekreunde ik mij niet, zoo ik slechts vandaar weg kwam. (Robinson Crusoe)
    • [...] ik gemaakt had, maar ik moet er bij vermelden, dat dit in den beginne een verwarde hoop goederen was, die, daar zij ordeloos door elkander lagen, de geheele plaats vulden. Ik kon mij keeren noch wenden, dus begon ik mijn kelder te vergrooten, en dieper in den grond te werken, want de rots bestond uit lossen zandsteen, die gemakkelijk te bewerken was; en toen ik vond, dat ik voor verscheurende [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] meer grond afperken. Dit was verstandiger overlegd en ik ging met ijver aan het werk. Ik had ongeveer drie maanden werk er aan, en in dien tijd bond ik de drie geiten op de beste plek er in vast en gewende ze zoo digt bij mij te grazen als mogelijk, om ze mak te maken. Ik ging er dikwijls heen met eene hand vol graan of rijst en liet ze uit mijne hand eten, zoodat toen mijne heining af was, en ik ze [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] stemming had; want de vrees, dat ik in handen der wilden en menscheneters mogt vallen, drukte mijn geest zoo ter neder, dat ik zelden in eene behoorlijke stemming was om mij tot mijnen Schepper te wenden, althans niet met die kalmte en onderworpenheid, waarmede ik gewoon was te bidden. Ik bad tot God in den angst van elken nacht overvallen en geslagt te worden, en uit ondervinding kan ik betuigen, [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] wat hun in staat stelt goed te doen, en weldaden te ontvangen, zoo wel als ons. Als de gelegenheid zich er toe aanbiedt, zijn zij even bereid, ja bereidvaardiger dan wij, om deze ten beste aan te wenden. Dit maakte mij somtijds zeer neêrslagtig, als ik overwoog, hoe dikwijls wij bij voorkomende gelegenheden, van deze allen zulk een slecht gebruik maken, zelfs schoon onze vermogens verlicht zijn [...] (Robinson Crusoe)
    • Toen de sloep te water was, zag ik met genoegen hoe vlug en behendig Vrijdag haar, in weêrwil van hare grootte, kon behandelen, doen voortgaan en wenden. Ik vroeg hem dus of hij er thans mede zou willen en durven oversteken ? " Ja, " zeide hij, " ik er zeer goed mede overkomen, al waait het ook harden wind ! " Maar ik had een ander voornemen, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch wennen, from Old Dutch *wennen, from Proto-West Germanic *wannjan.

    Verbs referencing "wennen"

    English wean, Luxembourgish winnen, Old English wenian, German, old spelling gewöhnen, Cimbrian gabéenan.

    Additional Information