wanhopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wanhopen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wanhopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wanhopend
Past participle - Verleden deelwoord: wanhoopt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwanhoop
jijwanhoopt
hijwanhoopt
wijwanhopen
julliewanhopen
zijwanhopen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb wanhoopt
jijhebt wanhoopt
hijheeft wanhoopt
wijhebben wanhoopt
julliehebben wanhoopt
zijhebben wanhoopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwanhoopte
jijwanhoopte
hijwanhoopte
wijwanhoopten
julliewanhoopten
zijwanhoopten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad wanhoopt
jijhad wanhoopt
hijhad wanhoopt
wijhadden wanhoopt
julliehadden wanhoopt
zijhadden wanhoopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wanhopen
jijzult wanhopen
hijzal wanhopen
wijzullen wanhopen
julliezullen wanhopen
zijzullen wanhopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal wanhoopt hebben
jijzult wanhoopt hebben
hijzal wanhoopt hebben
wijzullen wanhoopt hebben
julliezullen wanhoopt hebben
zijzullen wanhoopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wanhopen
jijzou wanhopen
hijzou wanhopen
wijzouden wanhopen
julliezouden wanhopen
zijzouden wanhopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou wanhoopt hebben
jijzou wanhoopt hebben
hijzou wanhoopt hebben
wijzouden wanhoopt hebben
julliezouden wanhoopt hebben
zijzouden wanhoopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwanhoop

Translations

  • despair, to be hopeless
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] bijgezet, nog niet in hunnen koers kon komen, maar dat zij mij voorbij zijn zouden, voor ik hun eenig sein had kunnen doen, doch na zoo veel ik kon opgeloefd te hebben, en toen ik reeds begon te wanhopen, zagen zij, naar het scheen, mij door hunne kijkers, en dat het eene boot van Europeesch maaksel was, die zij onderstelden dat een schip moest behooren, dat vergaan was; dus minderden zij zeil, om [...] (Robinson Crusoe)
    • Den geheelen verderen dag bragt ik door met mijn ongelukkig lot te bejammeren. Ik had geen voedsel, woning, kleederen, wapenen noch toevlugtsoord, en aan alle uitkomst wanhopende, niets dan den dood voor oogen, hetzij, dat ik door wilde dieren verslonden, door wilden vermoord, of uit gebrek aan voedsel verhongeren moest. Bij het aanbreken van den nacht, ging ik, uit vrees [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] zich de ontroering te verbeelden, waarin ik mij thans bevond, nu ik van mijn geliefd eiland (zoo beschouwde ik het thans ) op den wijden Oceaan was gedreven, schier twee mijlen ver, en genoegzaam wanhopende het ooit weder te zullen zien. Ik werkte echter hard, tot mijne kracht genoegzaam uitgeput was, en hield mijne boot zooveel noordelijk, dat wil zeggen naar den kant der strooming, waar de [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch wanhopen. Equivalent to wan- (“dis-”) + hopen (“to hope”).

    Additional Information