wanen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wanen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wanen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wanend
Past participle - Verleden deelwoord: gewaand

Cognates

See the 2 cognates of wanen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwaan
jijwaant
hijwaant
wijwanen
julliewanen
zijwanen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gewaand
jijhebt gewaand
hijheeft gewaand
wijhebben gewaand
julliehebben gewaand
zijhebben gewaand

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwaande
jijwaande
hijwaande
wijwaanden
julliewaanden
zijwaanden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gewaand
jijhad gewaand
hijhad gewaand
wijhadden gewaand
julliehadden gewaand
zijhadden gewaand

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wanen
jijzult wanen
hijzal wanen
wijzullen wanen
julliezullen wanen
zijzullen wanen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gewaand hebben
jijzult gewaand hebben
hijzal gewaand hebben
wijzullen gewaand hebben
julliezullen gewaand hebben
zijzullen gewaand hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wanen
jijzou wanen
hijzou wanen
wijzouden wanen
julliezouden wanen
zijzouden wanen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gewaand hebben
jijzou gewaand hebben
hijzou gewaand hebben
wijzouden gewaand hebben
julliezouden gewaand hebben
zijzouden gewaand hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwaan

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

achten
denken, menen, oordelen

Sample Sentences

  • [...] of zijn zoon hiermede belast. " Maar, " zeide de oude man, " ik heb u ander nieuws te vertellen, dat u misschien minder aangenaam zal zijn dan het overige; dat is, dat daar iedereen u verongelukt waande, uw compagnon en gemagtigden mij in uwen naam de verrekening aanboden van de opbrengsten van de zes of acht eerste jaren, die ik ontving; doch daar er tweemaal groote verbeteringen gemaakt werden, [...] (Robinson Crusoe)
  • Echter was het dit niet, wat mij voornamelijk terughield van naar Brazilië te gaan; maar de onzekerheid wien ik mijne bezittingen zou toevertrouwen. Dus besloot ik die eerst naar Engeland te brengen, waar ik alsdan wel eenige kennissen zou weten of bloedverwanten vinden, die mij vertrouwd toeschenen; en [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch wânen, from Old Dutch wānen, from Proto-West Germanic *wānijan, from Proto-Germanic *wēnijaną. See: Proto-Germanic '*wēnijaną'.

Verbs referencing "wanen"

English ween.

Additional Information