vervloeken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vervloeken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vervloeken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vervloekend
Past participle - Verleden deelwoord: vervloeekt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvervloeek
jijvervloeekt
hijvervloeekt
wijvervloeken
jullievervloeken
zijvervloeken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vervloeekt
jijhebt vervloeekt
hijheeft vervloeekt
wijhebben vervloeekt
julliehebben vervloeekt
zijhebben vervloeekt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvervloeekte
jijvervloeekte
hijvervloeekte
wijvervloeekten
jullievervloeekten
zijvervloeekten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vervloeekt
jijhad vervloeekt
hijhad vervloeekt
wijhadden vervloeekt
julliehadden vervloeekt
zijhadden vervloeekt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vervloeken
jijzult vervloeken
hijzal vervloeken
wijzullen vervloeken
julliezullen vervloeken
zijzullen vervloeken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vervloeekt hebben
jijzult vervloeekt hebben
hijzal vervloeekt hebben
wijzullen vervloeekt hebben
julliezullen vervloeekt hebben
zijzullen vervloeekt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vervloeken
jijzou vervloeken
hijzou vervloeken
wijzouden vervloeken
julliezouden vervloeken
zijzouden vervloeken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vervloeekt hebben
jijzou vervloeekt hebben
hijzou vervloeekt hebben
wijzouden vervloeekt hebben
julliezouden vervloeekt hebben
zijzouden vervloeekt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvervloeek

Translations

  • accurse, to devote to destruction; to imprecate misery or evil upon; to curse; to execrate; to anathematize
  • curse, to place a curse upon
  • curse, to call upon divine or supernatural power to send injury upon
  • cuss, to use cursing
  • drat, to damn or curse
  • jinx, To cast a spell on
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch vervloeken. Equivalent to ver- + vloeken.

    Additional Information