verschijnen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verschijnen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verschijnen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verschijnend
Past participle - Verleden deelwoord: verschenen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverschijn
jijverschijnt
hijverschijnt
wijverschijnen
jullieverschijnen
zijverschijnen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben verschenen
jijbent verschenen
hijis verschenen
wijzijn verschenen
julliezijn verschenen
zijzijn verschenen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverscheen
jijverscheen
hijverscheen
wijverschenen
jullieverschenen
zijverschenen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas verschenen
jijwas verschenen
hijwas verschenen
wijwaren verschenen
julliewaren verschenen
zijwaren verschenen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verschijnen
jijzult verschijnen
hijzal verschijnen
wijzullen verschijnen
julliezullen verschijnen
zijzullen verschijnen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verschenen zijn
jijzult verschenen zijn
hijzal verschenen zijn
wijzullen verschenen zijn
julliezullen verschenen zijn
zijzullen verschenen zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verschijnen
jijzou verschijnen
hijzou verschijnen
wijzouden verschijnen
julliezouden verschijnen
zijzouden verschijnen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verschenen zijn
jijzou verschenen zijn
hijzou verschenen zijn
wijzouden verschenen zijn
julliezouden verschenen zijn
zijzouden verschenen zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijverschijn

Translations

  • appear, to come or be in sight; to be in view; to become visible
  • appear, to come before the public
  • appear, to stand in presence of some authority, tribunal, or superior person, to answer a charge, plead a cause, or the like
  • occur, meet or come to the mind
  • report, military: to appear or present oneself
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    komen
    aankomen, arriveren, bereiken
    opstaan
    opkomen
    publiceren
    uitgeven

    Sample Sentences

    • [...] bezig, en eene uitwerking van mijne gepeinzen te dier gelegenheid, mag ik niet onvermeld laten; namelijk, op een morgen vroeg toen ik te bed lag, vol gedachten over het gevaar, dat mij van het verschijnen van wilden dreigde, was ik zeer bedrukt, waarop mij de woorden der Heilige Schrift invielen: " Roep Mij aan in den dag der benaauwing, en Ik zal u verlossen en gij zult Mij verheerlijken. " Hierop [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] zouden doen zonder mijn bevel, en zoo zij dit bevel overtraden, zouden zij naar het kasteel gebragt en daar in de boeijen geslagen worden. Daar ik als gouverneur nimmer voor den dag was gekomen, verscheen ik nu als een ander persoon, en sprak waar het te pas kwam van den gouverneur, van de bezetting, het kasteel en dergelijke. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch verschinen. Equivalent to ver- + schijnen.

    Verbs referencing "verschijnen"

    Frisian, Saterlandic ferskiene.

    Additional Information