uithouden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uithouden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uithouden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uithoudend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgehouden

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhoud uit; hou uit
jijhoudt uit
hijhoudt uit
wijhouden uit
julliehouden uit
zijhouden uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgehouden
jijhebt uitgehouden
hijheeft uitgehouden
wijhebben uitgehouden
julliehebben uitgehouden
zijhebben uitgehouden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhield uit
jijhield uit
hijhield uit
wijhielden uit
julliehielden uit
zijhielden uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgehouden
jijhad uitgehouden
hijhad uitgehouden
wijhadden uitgehouden
julliehadden uitgehouden
zijhadden uitgehouden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uithouden
jijzult uithouden
hijzal uithouden
wijzullen uithouden
julliezullen uithouden
zijzullen uithouden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgehouden hebben
jijzult uitgehouden hebben
hijzal uitgehouden hebben
wijzullen uitgehouden hebben
julliezullen uitgehouden hebben
zijzullen uitgehouden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uithouden
jijzou uithouden
hijzou uithouden
wijzouden uithouden
julliezouden uithouden
zijzouden uithouden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgehouden hebben
jijzou uitgehouden hebben
hijzou uitgehouden hebben
wijzouden uitgehouden hebben
julliezouden uitgehouden hebben
zijzouden uitgehouden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhoud uit; hou uit

Translations

  • abide, endure without yielding
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    doorstaan
    harden, uitzingen, verduren, volhouden

    Sample Sentences

    • [...] en mijn hoofd en handen boven het water uitkwamen. Dit duurde geen twee sekonden, maar gaf mij den tijd adem te halen. Wederom werd ik door het water overstelpt, maar niet zoo lang of ik kon het uithouden, en bemerkende, dat het water terugliep, zwom ik daar tegen in, en gevoelde weder grond. Nog een oogenblik stond ik stil om adem te halen, en tot ik van het water vrij was; toen zette ik het op een [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] was; daarop nam ik eenigen en weekte dien een paar uren in rum, en besloot daar wat van te nemen als ik slapen ging, eindelijk brandde ik wat op kolen en hield mijn neus daarover, zoo lang ik het uithouden kon. (Robinson Crusoe)
    • [...] te scheppen, toen ik bemerkte, dat slechts drie man hem volgden, en vooral toen ik zag, dat hij veel harder liep dan zij en grond op hen won, zoodat ik begreep, dat, als hij het nog een half uur kon uithouden, hij buiten hun bereik zou zijn. (Robinson Crusoe)
    • [...] opening in het bosch een geweerschot, en een paard met zadel en toom kwam er uitvliegen als de wind met zestien of zeventien wolven achter zich. Het paard liep sneller, maar kon het niet lang zoo uithouden, en zij moesten het weldra inhalen. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From uit + houden.

    Additional Information