toespreken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of toespreken

The word "toespreken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: toespreken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: toesprekend
Past participle - Verleden deelwoord: toegespreekt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikspreek toe
jijspreekt toe
hijspreekt toe
wijspreken toe
julliespreken toe
zijspreken toe

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb toegespreekt
jijhebt toegespreekt
hijheeft toegespreekt
wijhebben toegespreekt
julliehebben toegespreekt
zijhebben toegespreekt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikspreekte toe
jijspreekte toe
hijspreekte toe
wijspreekten toe
julliespreekten toe
zijspreekten toe

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad toegespreekt
jijhad toegespreekt
hijhad toegespreekt
wijhadden toegespreekt
julliehadden toegespreekt
zijhadden toegespreekt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal toespreken
jijzult toespreken
hijzal toespreken
wijzullen toespreken
julliezullen toespreken
zijzullen toespreken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal toegespreekt hebben
jijzult toegespreekt hebben
hijzal toegespreekt hebben
wijzullen toegespreekt hebben
julliezullen toegespreekt hebben
zijzullen toegespreekt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou toespreken
jijzou toespreken
hijzou toespreken
wijzouden toespreken
julliezouden toespreken
zijzouden toespreken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou toegespreekt hebben
jijzou toegespreekt hebben
hijzou toegespreekt hebben
wijzouden toegespreekt hebben
julliezouden toegespreekt hebben
zijzouden toegespreekt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijspreek toe

Verbs conjugated like 'toespreken'

aanbleken, aanhaken, aankweken, aanmaken, aanpreken, aanraken, aansmeken, aanstoken, afhaken, afkraken, afmaken, afpreken, bekendmaken, bewaken, dichtmaken, dopen, gapen, geraken, inmaken, inschepen, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'toespreken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch toesprēken, from Old Dutch tuosprekan. Equivalent to a deverbal of toespreken.

Additional Information