teken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of teken

The word "teken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: teken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: tekend
Past participle - Verleden deelwoord: geteekt

Cognates

See the 2 cognates of teken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikteek
jijteekt
hijteekt
wijteken
jullieteken
zijteken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geteekt
jijhebt geteekt
hijheeft geteekt
wijhebben geteekt
julliehebben geteekt
zijhebben geteekt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikteekte
jijteekte
hijteekte
wijteekten
jullieteekten
zijteekten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geteekt
jijhad geteekt
hijhad geteekt
wijhadden geteekt
julliehadden geteekt
zijhadden geteekt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal teken
jijzult teken
hijzal teken
wijzullen teken
julliezullen teken
zijzullen teken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geteekt hebben
jijzult geteekt hebben
hijzal geteekt hebben
wijzullen geteekt hebben
julliezullen geteekt hebben
zijzullen geteekt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou teken
jijzou teken
hijzou teken
wijzouden teken
julliezouden teken
zijzouden teken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geteekt hebben
jijzou geteekt hebben
hijzou geteekt hebben
wijzouden geteekt hebben
julliezouden geteekt hebben
zijzouden geteekt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijteek

Verbs similar to 'teken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "teken"

Indonesian teken, English token.

Additional Information