taken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of taken

The word "taken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: taken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: takend
Past participle - Verleden deelwoord: getaakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktaak
jijtaakt
hijtaakt
wijtaken
jullietaken
zijtaken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getaakt
jijhebt getaakt
hijheeft getaakt
wijhebben getaakt
julliehebben getaakt
zijhebben getaakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktaakte
jijtaakte
hijtaakte
wijtaakten
jullietaakten
zijtaakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getaakt
jijhad getaakt
hijhad getaakt
wijhadden getaakt
julliehadden getaakt
zijhadden getaakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal taken
jijzult taken
hijzal taken
wijzullen taken
julliezullen taken
zijzullen taken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getaakt hebben
jijzult getaakt hebben
hijzal getaakt hebben
wijzullen getaakt hebben
julliezullen getaakt hebben
zijzullen getaakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou taken
jijzou taken
hijzou taken
wijzouden taken
julliezouden taken
zijzouden taken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getaakt hebben
jijzou getaakt hebben
hijzou getaakt hebben
wijzouden getaakt hebben
julliezouden getaakt hebben
zijzouden getaakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtaak

Verbs similar to 'taken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch tāken, from Old Dutch *takan, from Proto-West Germanic *takan (“to take; grasp, touch”), from Proto-Germanic *takaną (“to touch, grasp; take”). See: Proto-Germanic '*tēkaną'.

Verbs referencing "taken"

English take, Danish tage.

Additional Information