swipen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of swipen

The word "swipen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: swipen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: swipend
Past participle - Verleden deelwoord: geswiipt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikswiip
jijswiipt
hijswiipt
wijswipen
jullieswipen
zijswipen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geswiipt
jijhebt geswiipt
hijheeft geswiipt
wijhebben geswiipt
julliehebben geswiipt
zijhebben geswiipt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikswiipte
jijswiipte
hijswiipte
wijswiipten
jullieswiipten
zijswiipten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geswiipt
jijhad geswiipt
hijhad geswiipt
wijhadden geswiipt
julliehadden geswiipt
zijhadden geswiipt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal swipen
jijzult swipen
hijzal swipen
wijzullen swipen
julliezullen swipen
zijzullen swipen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geswiipt hebben
jijzult geswiipt hebben
hijzal geswiipt hebben
wijzullen geswiipt hebben
julliezullen geswiipt hebben
zijzullen geswiipt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou swipen
jijzou swipen
hijzou swipen
wijzouden swipen
julliezouden swipen
zijzouden swipen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geswiipt hebben
jijzou geswiipt hebben
hijzou geswiipt hebben
wijzouden geswiipt hebben
julliezouden geswiipt hebben
zijzouden geswiipt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijswiip

Verbs similar to 'swipen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from English swipe. See: English 'swipe'.

Additional Information