substantiveren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of substantiveren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: substantiveren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: substantiverend
Past participle - Verleden deelwoord: gesubstantiveerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksubstantiveer
jijsubstantiveert
hijsubstantiveert
wijsubstantiveren
julliesubstantiveren
zijsubstantiveren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesubstantiveerd
jijhebt gesubstantiveerd
hijheeft gesubstantiveerd
wijhebben gesubstantiveerd
julliehebben gesubstantiveerd
zijhebben gesubstantiveerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksubstantiveerde
jijsubstantiveerde
hijsubstantiveerde
wijsubstantiveerden
julliesubstantiveerden
zijsubstantiveerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesubstantiveerd
jijhad gesubstantiveerd
hijhad gesubstantiveerd
wijhadden gesubstantiveerd
julliehadden gesubstantiveerd
zijhadden gesubstantiveerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal substantiveren
jijzult substantiveren
hijzal substantiveren
wijzullen substantiveren
julliezullen substantiveren
zijzullen substantiveren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesubstantiveerd hebben
jijzult gesubstantiveerd hebben
hijzal gesubstantiveerd hebben
wijzullen gesubstantiveerd hebben
julliezullen gesubstantiveerd hebben
zijzullen gesubstantiveerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou substantiveren
jijzou substantiveren
hijzou substantiveren
wijzouden substantiveren
julliezouden substantiveren
zijzouden substantiveren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesubstantiveerd hebben
jijzou gesubstantiveerd hebben
hijzou gesubstantiveerd hebben
wijzouden gesubstantiveerd hebben
julliezouden gesubstantiveerd hebben
zijzouden gesubstantiveerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsubstantiveer

Translations

  • substantivise, convert into or use as a noun
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch substantiveren or borrowed from Middle French substantiver or French substantiver. Equivalent to substantief + -eren. See: French 'substantiver'.

    Additional Information