slikken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of slikken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: slikken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: slikkend
Past participle - Verleden deelwoord: geslikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikslik
jijslikt
hijslikt
wijslikken
jullieslikken
zijslikken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geslikt
jijhebt geslikt
hijheeft geslikt
wijhebben geslikt
julliehebben geslikt
zijhebben geslikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikslikte
jijslikte
hijslikte
wijslikten
jullieslikten
zijslikten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geslikt
jijhad geslikt
hijhad geslikt
wijhadden geslikt
julliehadden geslikt
zijhadden geslikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal slikken
jijzult slikken
hijzal slikken
wijzullen slikken
julliezullen slikken
zijzullen slikken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geslikt hebben
jijzult geslikt hebben
hijzal geslikt hebben
wijzullen geslikt hebben
julliezullen geslikt hebben
zijzullen geslikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou slikken
jijzou slikken
hijzou slikken
wijzouden slikken
julliezouden slikken
zijzouden slikken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geslikt hebben
jijzou geslikt hebben
hijzou geslikt hebben
wijzouden geslikt hebben
julliezouden geslikt hebben
zijzouden geslikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijslik

Translations

  • believe, to accept as true
  • buy, to accept as true
  • swallow, to cause to pass from the mouth into the stomach
  • swallow, to believe or accept
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanvaarden
    accepteren, berusten, nemen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch slicken, from Old Dutch *slikkon, from Proto-Germanic *slikkōną. See: Old Dutch '*slikkon'.

    Verbs referencing "slikken"

    German, Pennsylvania schlucke, German, old spelling schlecken.

    Additional Information