repareren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of repareren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: repareren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: reparerend
Past participle - Verleden deelwoord: gerepareerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrepareer
jijrepareert
hijrepareert
wijrepareren
jullierepareren
zijrepareren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerepareerd
jijhebt gerepareerd
hijheeft gerepareerd
wijhebben gerepareerd
julliehebben gerepareerd
zijhebben gerepareerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrepareerde
jijrepareerde
hijrepareerde
wijrepareerden
jullierepareerden
zijrepareerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerepareerd
jijhad gerepareerd
hijhad gerepareerd
wijhadden gerepareerd
julliehadden gerepareerd
zijhadden gerepareerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal repareren
jijzult repareren
hijzal repareren
wijzullen repareren
julliezullen repareren
zijzullen repareren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerepareerd hebben
jijzult gerepareerd hebben
hijzal gerepareerd hebben
wijzullen gerepareerd hebben
julliezullen gerepareerd hebben
zijzullen gerepareerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou repareren
jijzou repareren
hijzou repareren
wijzouden repareren
julliezouden repareren
zijzouden repareren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerepareerd hebben
jijzou gerepareerd hebben
hijzou gerepareerd hebben
wijzouden gerepareerd hebben
julliezouden gerepareerd hebben
zijzouden gerepareerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrepareer

Translations

  • fix, to mend or repair
  • mend, to repair
  • repair, to restore to good working order
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    herstellen
    lappen, opkalefateren, opknappen, oplappen, verstellen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch repareren, from Middle French réparer or Old French reparer, from Latin reparō. See: Latin 'reparō'.

    Additional Information