lappen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of lappen

The word "lappen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: lappen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lappend
Past participle - Verleden deelwoord: gelapt

Cognates

See the 3 cognates of lappen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklap
jijlapt
hijlapt
wijlappen
jullielappen
zijlappen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gelapt
jijhebt gelapt
hijheeft gelapt
wijhebben gelapt
julliehebben gelapt
zijhebben gelapt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iklapte
jijlapte
hijlapte
wijlapten
jullielapten
zijlapten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gelapt
jijhad gelapt
hijhad gelapt
wijhadden gelapt
julliehadden gelapt
zijhadden gelapt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal lappen
jijzult lappen
hijzal lappen
wijzullen lappen
julliezullen lappen
zijzullen lappen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gelapt hebben
jijzult gelapt hebben
hijzal gelapt hebben
wijzullen gelapt hebben
julliezullen gelapt hebben
zijzullen gelapt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou lappen
jijzou lappen
hijzou lappen
wijzouden lappen
julliezouden lappen
zijzouden lappen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gelapt hebben
jijzou gelapt hebben
hijzou gelapt hebben
wijzouden gelapt hebben
julliezouden gelapt hebben
zijzouden gelapt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlap

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Hij heeft hun een ellendige streek gelapt. (He played an awful prank on them.)

Etymology

From Middle Dutch lappen. Equivalent to lap + -en.

Verbs referencing "lappen"

Danish lappe.

Additional Information