reclameren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of reclameren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: reclameren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: reclamerend
Past participle - Verleden deelwoord: gereclameerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikreclameer
jijreclameert
hijreclameert
wijreclameren
julliereclameren
zijreclameren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gereclameerd
jijhebt gereclameerd
hijheeft gereclameerd
wijhebben gereclameerd
julliehebben gereclameerd
zijhebben gereclameerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikreclameerde
jijreclameerde
hijreclameerde
wijreclameerden
julliereclameerden
zijreclameerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gereclameerd
jijhad gereclameerd
hijhad gereclameerd
wijhadden gereclameerd
julliehadden gereclameerd
zijhadden gereclameerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal reclameren
jijzult reclameren
hijzal reclameren
wijzullen reclameren
julliezullen reclameren
zijzullen reclameren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gereclameerd hebben
jijzult gereclameerd hebben
hijzal gereclameerd hebben
wijzullen gereclameerd hebben
julliezullen gereclameerd hebben
zijzullen gereclameerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou reclameren
jijzou reclameren
hijzou reclameren
wijzouden reclameren
julliezouden reclameren
zijzouden reclameren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gereclameerd hebben
jijzou gereclameerd hebben
hijzou gereclameerd hebben
wijzouden gereclameerd hebben
julliezouden gereclameerd hebben
zijzouden gereclameerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijreclameer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information