Infinitive - Onbepaalde wijs: pulveriseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: pulveriserend
Past participle - Verleden deelwoord: gepulveriseerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | pulveriseer |
| jij | pulveriseert |
| hij | pulveriseert |
| wij | pulveriseren |
| jullie | pulveriseren |
| zij | pulveriseren |
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gepulveriseerd |
| jij | hebt gepulveriseerd |
| hij | heeft gepulveriseerd |
| wij | hebben gepulveriseerd |
| jullie | hebben gepulveriseerd |
| zij | hebben gepulveriseerd |
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | pulveriseerde |
| jij | pulveriseerde |
| hij | pulveriseerde |
| wij | pulveriseerden |
| jullie | pulveriseerden |
| zij | pulveriseerden |
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gepulveriseerd |
| jij | had gepulveriseerd |
| hij | had gepulveriseerd |
| wij | hadden gepulveriseerd |
| jullie | hadden gepulveriseerd |
| zij | hadden gepulveriseerd |
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal pulveriseren |
| jij | zult pulveriseren |
| hij | zal pulveriseren |
| wij | zullen pulveriseren |
| jullie | zullen pulveriseren |
| zij | zullen pulveriseren |
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gepulveriseerd hebben |
| jij | zult gepulveriseerd hebben |
| hij | zal gepulveriseerd hebben |
| wij | zullen gepulveriseerd hebben |
| jullie | zullen gepulveriseerd hebben |
| zij | zullen gepulveriseerd hebben |
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou pulveriseren |
| jij | zou pulveriseren |
| hij | zou pulveriseren |
| wij | zouden pulveriseren |
| jullie | zouden pulveriseren |
| zij | zouden pulveriseren |
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gepulveriseerd hebben |
| jij | zou gepulveriseerd hebben |
| hij | zou gepulveriseerd hebben |
| wij | zouden gepulveriseerd hebben |
| jullie | zouden gepulveriseerd hebben |
| zij | zouden gepulveriseerd hebben |
| jij | pulveriseer |