overheersen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overheersen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overheersen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overheersend
Past participle - Verleden deelwoord: overheerst

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikoverheers
jijoverheerst
hijoverheerst
wijoverheersen
jullieoverheersen
zijoverheersen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overheerst
jijhebt overheerst
hijheeft overheerst
wijhebben overheerst
julliehebben overheerst
zijhebben overheerst

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikoverheerste
jijoverheerste
hijoverheerste
wijoverheersten
jullieoverheersten
zijoverheersten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overheerst
jijhad overheerst
hijhad overheerst
wijhadden overheerst
julliehadden overheerst
zijhadden overheerst

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overheersen
jijzult overheersen
hijzal overheersen
wijzullen overheersen
julliezullen overheersen
zijzullen overheersen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overheerst hebben
jijzult overheerst hebben
hijzal overheerst hebben
wijzullen overheerst hebben
julliezullen overheerst hebben
zijzullen overheerst hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overheersen
jijzou overheersen
hijzou overheersen
wijzouden overheersen
julliezouden overheersen
zijzouden overheersen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overheerst hebben
jijzou overheerst hebben
hijzou overheerst hebben
wijzouden overheerst hebben
julliezouden overheerst hebben
zijzouden overheerst hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijoverheers

Translations

  • prevail, To be current, widespread or predominant; to have currency or prevalence
  • dominate, to govern, rule or control by superior authority or power
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beheersen
    domineren

    Sample Sentences

    Etymology

    From over- + heersen.

    Additional Information