oprapen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of oprapen

The word "oprapen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: oprapen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: oprapend
Past participle - Verleden deelwoord: opgeraapt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikraap op
jijraapt op
hijraapt op
wijrapen op
jullierapen op
zijrapen op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgeraapt
jijhebt opgeraapt
hijheeft opgeraapt
wijhebben opgeraapt
julliehebben opgeraapt
zijhebben opgeraapt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikraapte op
jijraapte op
hijraapte op
wijraapten op
jullieraapten op
zijraapten op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgeraapt
jijhad opgeraapt
hijhad opgeraapt
wijhadden opgeraapt
julliehadden opgeraapt
zijhadden opgeraapt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal oprapen
jijzult oprapen
hijzal oprapen
wijzullen oprapen
julliezullen oprapen
zijzullen oprapen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgeraapt hebben
jijzult opgeraapt hebben
hijzal opgeraapt hebben
wijzullen opgeraapt hebben
julliezullen opgeraapt hebben
zijzullen opgeraapt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou oprapen
jijzou oprapen
hijzou oprapen
wijzouden oprapen
julliezouden oprapen
zijzouden oprapen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgeraapt hebben
jijzou opgeraapt hebben
hijzou opgeraapt hebben
wijzouden opgeraapt hebben
julliezouden opgeraapt hebben
zijzouden opgeraapt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijraap op

Verbs similar to 'oprapen'

Translations

  • glean, harvest grain left behind after the crop has been reaped
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From op + rapen.

    Additional Information