oplopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of oplopen

The word "oplopen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: oplopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: oplopend
Past participle - Verleden deelwoord: opgeloopt

Cognates

See the 2 cognates of oplopen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikloop op
jijloopt op
hijloopt op
wijlopen op
jullielopen op
zijlopen op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgeloopt
jijhebt opgeloopt
hijheeft opgeloopt
wijhebben opgeloopt
julliehebben opgeloopt
zijhebben opgeloopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikloopte op
jijloopte op
hijloopte op
wijloopten op
jullieloopten op
zijloopten op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgeloopt
jijhad opgeloopt
hijhad opgeloopt
wijhadden opgeloopt
julliehadden opgeloopt
zijhadden opgeloopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal oplopen
jijzult oplopen
hijzal oplopen
wijzullen oplopen
julliezullen oplopen
zijzullen oplopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgeloopt hebben
jijzult opgeloopt hebben
hijzal opgeloopt hebben
wijzullen opgeloopt hebben
julliezullen opgeloopt hebben
zijzullen opgeloopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou oplopen
jijzou oplopen
hijzou oplopen
wijzouden oplopen
julliezouden oplopen
zijzouden oplopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgeloopt hebben
jijzou opgeloopt hebben
hijzou opgeloopt hebben
wijzouden opgeloopt hebben
julliezouden opgeloopt hebben
zijzouden opgeloopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijloop op

Verbs similar to 'oplopen'

Translations

  • catch, to contract a disease or illness
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • De drie anderen liepen lichtere verwondingen op. (The three others incurred lighter injuries.)

    Etymology

    From op + lopen.

    Verbs referencing "oplopen"

    English upleap, German, old spelling auflaufen.

    Additional Information