oogsten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of oogsten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: oogsten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: oogstend
Past participle - Verleden deelwoord: geoogst

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikoogst
jijoogst
hijoogst
wijoogsten
jullieoogsten
zijoogsten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geoogst
jijhebt geoogst
hijheeft geoogst
wijhebben geoogst
julliehebben geoogst
zijhebben geoogst

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikoogstte
jijoogstte
hijoogstte
wijoogstten
jullieoogstten
zijoogstten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geoogst
jijhad geoogst
hijhad geoogst
wijhadden geoogst
julliehadden geoogst
zijhadden geoogst

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal oogsten
jijzult oogsten
hijzal oogsten
wijzullen oogsten
julliezullen oogsten
zijzullen oogsten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geoogst hebben
jijzult geoogst hebben
hijzal geoogst hebben
wijzullen geoogst hebben
julliezullen geoogst hebben
zijzullen geoogst hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou oogsten
jijzou oogsten
hijzou oogsten
wijzouden oogsten
julliezouden oogsten
zijzouden oogsten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geoogst hebben
jijzou geoogst hebben
hijzou geoogst hebben
wijzouden geoogst hebben
julliezouden geoogst hebben
zijzouden geoogst hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijoogst

Translations

  • harvest, to bring in a harvest; reap
  • harvest, to be occupied bringing in a harvest
  • harvest, to win, achieve a gain
  • reap, to cut with a sickle
  • reap, to receive as a reward
  • sickle, to cut with a sickle
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    boeken
    behalen
    inzamelen
    binnenhalen, collecteren, ophalen, vergaren
    maaien
    zwaaien
    plukken
    afplukken

    Sample Sentences

    • [...] was dit toch nog slechts weinig. Deze proefneming had mij thans echter geleerd hoe te handelen; ik wist thans wanneer ik zaaijen moest, en dat ik jaarlijks tweemaal in plaats van eens zou kunnen oogsten. (Robinson Crusoe)
    • Dat was mij eene groote teleurstelling; ik voorzag, dat zij in weinige dagen mij van alles zouden berooven, dat ik eindelijk verhongeren en geen enkelen graankorrel ooit oogsten zou. Wat ik doen zou, wist ik niet. Ik besloot echter zoo mogelijk mijn koorn te bewaren, al zou ik er nacht en dag de wacht bij houden. In de eerste plaats ging ik zien welke schade zij alreeds [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] die in eene groote mand naar huis, waar ik met mijn handen er het graan uitwreef. Toen dit afgeloopen was, vond ik, dat ik van mijn zaad bijkans twee schepels rijst en twee en een half schepel graan geoogst had, dat wil zeggen naar gissing, want ik had geen maat. (Robinson Crusoe)
    • [...] land te eggen, maar moest een zwaren boomtak achter mij aan slepen, om hiermede de kluiten te breken. Terwijl het rijpte ontdekte ik weder hoeveel werk ik had om het af te sluiten, te bewaren, te oogsten, naar huis te brengen, te dorschen, van het kaf te scheiden en te bewaren. Vervolgens ontbrak mij een molen om het te malen, een zeef om het te builen, gest en zout om er brood van te maken, en een [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch ogesten. Equivalent to oogst (“harvest, yield”) + -en.

    Additional Information