ontleden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontleden

The word "ontleden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontleden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontledend
Past participle - Verleden deelwoord: ontleed

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontleed
jijontleedt
hijontleedt
wijontleden
jullieontleden
zijontleden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontleed
jijhebt ontleed
hijheeft ontleed
wijhebben ontleed
julliehebben ontleed
zijhebben ontleed

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontleedde
jijontleedde
hijontleedde
wijontleedden
jullieontleedden
zijontleedden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontleed
jijhad ontleed
hijhad ontleed
wijhadden ontleed
julliehadden ontleed
zijhadden ontleed

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontleden
jijzult ontleden
hijzal ontleden
wijzullen ontleden
julliezullen ontleden
zijzullen ontleden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontleed hebben
jijzult ontleed hebben
hijzal ontleed hebben
wijzullen ontleed hebben
julliezullen ontleed hebben
zijzullen ontleed hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontleden
jijzou ontleden
hijzou ontleden
wijzouden ontleden
julliezouden ontleden
zijzouden ontleden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontleed hebben
jijzou ontleed hebben
hijzou ontleed hebben
wijzouden ontleed hebben
julliezouden ontleed hebben
zijzouden ontleed hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontleed

Translations

  • dissect, to study a dead animal's anatomy by cutting it apart
  • parse, (''linguistics'') to resolve into elements
  • parse, (''computing'') to split data into pieces
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From lid + ont- -en.

    Additional Information