nagaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of nagaan

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: nagaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: nagaand
Past participle - Verleden deelwoord: nagegaan

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikga na
jijgaat na
hijgaat na
wijgaan na
julliegaan na
zijgaan na

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben nagegaan
jijbent nagegaan
hijis nagegaan
wijzijn nagegaan
julliezijn nagegaan
zijzijn nagegaan

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikging na
jijging na
hijging na
wijgingen na
julliegingen na
zijgingen na

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas nagegaan
jijwas nagegaan
hijwas nagegaan
wijwaren nagegaan
julliewaren nagegaan
zijwaren nagegaan

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal nagaan
jijzult nagaan
hijzal nagaan
wijzullen nagaan
julliezullen nagaan
zijzullen nagaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal nagegaan zijn
jijzult nagegaan zijn
hijzal nagegaan zijn
wijzullen nagegaan zijn
julliezullen nagegaan zijn
zijzullen nagegaan zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou nagaan
jijzou nagaan
hijzou nagaan
wijzouden nagaan
julliezouden nagaan
zijzouden nagaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou nagegaan zijn
jijzou nagegaan zijn
hijzou nagegaan zijn
wijzouden nagegaan zijn
julliezouden nagegaan zijn
zijzouden nagegaan zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijga na

Verbs conjugated like 'nagaan'

aangaan, achtergaan, achternagaan, achteruitgaan, afgaan, begaan, doorgaan, gaan, heengaan, ingaan, nagaan, omgaan, ondergaan, ontgaan, opgaan, overgaan, rondgaan, toegaan, uitgaan, vergaan, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'nagaan'

aangaan, afgaan, begaan, gaan, ingaan, naslaan, omgaan, ontgaan, opgaan, inslaan,

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

achterhalen
becijferen, onderzoeken, uitpluizen, uitvissen
checken
controleren, natrekken, nazien
schaduwen
volgen

Sample Sentences

  • [...] schepselen zulke barbaarschheid toeliet, ja, dat beneden het beestachtige was, van namelijk zijns gelijken te verslinden. Doch dit bleef bij eenige vruchtelooze bespiegelingen, maar bragt mij op het nagaan in welk deel der wereld deze rampzaligen leefden, hoe ver de kust was vanwaar zij kwamen, waarom zij zich zoo ver van huis begaven, en waarom ik het niet zoo ver kon brengen, dat ik in staat was [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] boomen, die ik voor ons werk geschikt achtte, en zette Vrijdag en zijn vader aan het vellen daarvan, en dan liet ik den Spanjaard, wien ik mijne gedachten daaromtrent mededeelde, hun werk nagaan en bestieren. Ik wees hem met wat onvermoeiden arbeid ik zware boomen tot planken had gekapt, en liet hem hetzelfde verrigten, tot zij ongeveer een dozijn eikenhouten planken bijeen hadden, van [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch nagaen, from Old Dutch nāgān, from Proto-West Germanic *nāhwagān. Equivalent to na (“after”) + gaan (“to go”). Cognate with German nachgehen. See: German, old spelling 'nachgehen'.

Verbs referencing "nagaan"

German, old spelling nachgehen.

Additional Information