mislopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of mislopen

The word "mislopen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: mislopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: mislopend
Past participle - Verleden deelwoord: misloopt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmisloop
jijmisloopt
hijmisloopt
wijmislopen
julliemislopen
zijmislopen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb misloopt
jijhebt misloopt
hijheeft misloopt
wijhebben misloopt
julliehebben misloopt
zijhebben misloopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmisloopte
jijmisloopte
hijmisloopte
wijmisloopten
julliemisloopten
zijmisloopten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad misloopt
jijhad misloopt
hijhad misloopt
wijhadden misloopt
julliehadden misloopt
zijhadden misloopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal mislopen
jijzult mislopen
hijzal mislopen
wijzullen mislopen
julliezullen mislopen
zijzullen mislopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal misloopt hebben
jijzult misloopt hebben
hijzal misloopt hebben
wijzullen misloopt hebben
julliezullen misloopt hebben
zijzullen misloopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou mislopen
jijzou mislopen
hijzou mislopen
wijzouden mislopen
julliezouden mislopen
zijzouden mislopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou misloopt hebben
jijzou misloopt hebben
hijzou misloopt hebben
wijzouden misloopt hebben
julliezouden misloopt hebben
zijzouden misloopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmisloop

Verbs similar to 'mislopen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From mis (“miss”) + lopen (“to walk”).

Additional Information