manoeuvreren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of manoeuvreren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: manoeuvreren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: manoeuvrerend
Past participle - Verleden deelwoord: gemanoeuvreerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmanoeuvreer
jijmanoeuvreert
hijmanoeuvreert
wijmanoeuvreren
julliemanoeuvreren
zijmanoeuvreren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemanoeuvreerd
jijhebt gemanoeuvreerd
hijheeft gemanoeuvreerd
wijhebben gemanoeuvreerd
julliehebben gemanoeuvreerd
zijhebben gemanoeuvreerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmanoeuvreerde
jijmanoeuvreerde
hijmanoeuvreerde
wijmanoeuvreerden
julliemanoeuvreerden
zijmanoeuvreerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemanoeuvreerd
jijhad gemanoeuvreerd
hijhad gemanoeuvreerd
wijhadden gemanoeuvreerd
julliehadden gemanoeuvreerd
zijhadden gemanoeuvreerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal manoeuvreren
jijzult manoeuvreren
hijzal manoeuvreren
wijzullen manoeuvreren
julliezullen manoeuvreren
zijzullen manoeuvreren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemanoeuvreerd hebben
jijzult gemanoeuvreerd hebben
hijzal gemanoeuvreerd hebben
wijzullen gemanoeuvreerd hebben
julliezullen gemanoeuvreerd hebben
zijzullen gemanoeuvreerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou manoeuvreren
jijzou manoeuvreren
hijzou manoeuvreren
wijzouden manoeuvreren
julliezouden manoeuvreren
zijzouden manoeuvreren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemanoeuvreerd hebben
jijzou gemanoeuvreerd hebben
hijzou gemanoeuvreerd hebben
wijzouden gemanoeuvreerd hebben
julliezouden gemanoeuvreerd hebben
zijzouden gemanoeuvreerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmanoeuvreer

Translations

  • maneuver, to move carefully, and often with difficulty, into a certain position
  • maneuver, (intransitive) to intrigue, manipulate, plot, scheme
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    draaien
    regelen, sturen

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French manœuvrer. See: French 'manœuvrer'.

    Additional Information